Naar hoofdinhoud
1.. De derde wettelijke voorwaarde om voor een pgb in aanmerking te komen houdt in dat de kwaliteit van het middels het pgb te verwerven ondersteuning naar het oordeel van het college gewaarborgd moet zijn. 2.. De cliënt heeft de keuze om ondersteuning middels een pgb in te kopen bij een (zelfstandig) professionele hulpverlener, een organisatie of ondersteuning te betrekken vanuit het eigen netwerk. Voor zowel de (zelfstandig) professionele hulpverlener, een organisatie als het eigen netwerk gelden een aantal kwaliteitseisen waaraan zij moeten voldoen. de volgende (kwaliteits)eisen gelden voor alle (zelfstandig) professionele jeugdhulpverleners en organisaties: maken gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde hulp; werken actief samen met ander jeugdhulpverleners wanneer er sprake is van een bedreiging van de veiligheid of welzijn van de cliënt; de uitvoerder van de met het pgb ingekochte hulp op geen enkele wijze druk op de pgb-houder heeft uitgeoefend bij zijn besluitvorming. de volgende (kwaliteits)eisen gelden voor niet-professionele ondersteuning uit het eigen sociale netwerk: de uitvoerder van de met het pgb ingekochte hulp aannemelijk kan maken dat de te verlenen zorg niet leidt tot overbelasting; de uitvoerder van de met het pgb ingekochte hulp op geen enkele wijze druk op de pgb-houder heeft uitgeoefend bij zijn besluitvorming; er wordt geen pgb verstrekt aan iemand uit het sociale netwerk om dagbesteding in te kopen, ter vervanging van onderwijs. De voorgenoemde criteria kunnen worden getoetst aan het door de cliënt schriftelijk ingediende pgb-plan. 3.. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Rechtspraak bij dit artikel