1.
De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a wordt geheven bedraagt
€ 168,60
2.
De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt voor een eigendom of gedeelte daarvan gebruikt als:
1. wijkgebouw of onderwijslokaal
€ 256,50
2. culturele en/of recreatieve bestemming
€ 495,00
3. café-restaurant, bar of enig ander horecabedrijf, geen hotel zijnde
€ 495,00
4. winkel, garagebedrijf, fabriek, kantoor, werkplaats of enig ander bedrijf,
geen horecabedrijf zijnde, waarin werkzaam zijn:
minder dan 5 personen
€ 256,50
5 tot en met 10 personen
€ 432,20
11 tot en met 50 personen
€ 858,60
51 tot en met 100 personen
€ 1.727,50
vermeerderd met € 840,10 voor elk honderdtal personen of gedeelte daarvan
boven de 100 personen.
5. hotel of pension, huisvesting biedende aan:
minder dan 10 personen
€ 495,00
10 tot en met 50 personen
€ 1.111,30
51 tot en met 100 personen
€ 1.966,10
vermeerderd met € 1.087,40 voor elk honderdtal personen of gedeelte daarvan
boven de 100 personen.
6. verpleeginrichting of bejaardentehuis, huisvesting biedende aan:
minder dan 10 personen
€ 858,60
10 tot en met 50 personen
€ 1.727,50
51 tot en met 100 personen
€ 3.448,60
vermeerderd met € 1.690,30 voor elk honderdtal personen of gedeelte daarvan
boven de 100 personen.
3.
voor een eigendom, niet vallend onder één van de voorgaande leden
€ 730,40