Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2020

1.. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen. woning: een huis een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf. particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. strandhuis: een vakantieonderkomen op het strand, voor zover deze geheel of ten dele kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 2.. Voor particulier verhuurde woningen, strandhuisjes, duinhuisjes en voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 3.. Bij de forfaitaire berekening van particulier verhuurde woningen wordt per woning: a. het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen b. het aantal nachten gesteld op: als woning in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende: meer dan maar niet meer dan 1° 48 nachten - 3 maanden 2° 60 nachten 3 maanden - 4.. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen (niet zijnde duinhuisjes, chalets of bungalows) op vaste standplaatsen wordt per standplaats: a. het aantal overnachtende personen gesteld op: - 2,5 personen indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt; - 3,5 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 3 bedraagt. b. het aantal nachten gesteld op: als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende: meer dan maar niet meer dan 1° 48 nachten - 3 maanden 2° 60 nachten 3 maanden - 5.. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen, wordt: per standplaats: het aantal overnachtende personen gesteld op 183 personen. het aantal nachten gesteld op de gemiddelde bezetting per kalenderdag vermenigvuldigd met 365 dagen. De gemiddelde bezetting per kalenderdag is het gemiddelde van zes tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling binnen een afzonderlijke periode van twee maanden valt. 6.. Bij de forfaitaire berekening voor overnachtingen met betrekking tot verblijf in vakantieonderkomens (waaronder strand-, duinhuisjes, chalets of bungalows) of in niet-beroepsmatig verhuurde ruimten wordt het aantal overnachtende personen gesteld op: 2 personen indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt; 3 personen indien het aantal slaapplaatsen 4 of 5 bedraagt; 5 personen indien het aantal slaapplaatsen 6 bedraagt; 6 personen indien het aantal slaapplaatsen 7 of 8 bedraagt; 8 personen indien het aantal slaapplaatsen 9 of 10 bedraagt; 9 personen indien het aantal slaapplaatsen 11 of meer bedraagt; Het aantal malen dat door de personen is overnacht wordt ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens of in niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op 140.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel