Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Utrecht 2019

1.. Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis- en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, een gemeentelijke commissie of het dagelijks bestuur daarvan, vergoed. 2.. Aan commissieleden worden de reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie buiten het grondgebied van de gemeente vergoed. 3.. De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is: voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten; voor wat het gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt; voor wat betreft de kosten van openbaar vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten. 4.. De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed. 5.. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente als bedoeld in lid 1 en lid 2 van onderhavige bepaling worden bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 6.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 7.. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste en tweede lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 8.. De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze worden gedeclareerd overeenkomstig de bepalingen in deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel