Artikel 9.2, eerste en tweede lid, van de Verordening
Voor het pgb geldt een ruime mate van bestedingsvrijheid. Dat wil zeggen dat het pgb mag worden besteed aan een maatwerkvoorziening waarmee het doel/resultaat wordt bereikt. Vooropgesteld dat wordt voldaan aan voorwaarden. Om doorkruising met de wettelijke systematiek te voorkomen bepaalt de Verordening dat het pgb niet mag worden besteed aan een:
voor de budgethouder als algemeen gebruikelijk te kwalificeren zaak of dienst, en/of
persoon die tot de leefeenheid van de budgethouder behoort en gebruikelijke hulp op zich zou moeten nemen, maar daartoe (tijdelijk) niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting.
Daarnaast zijn in de Verordening een aantal kostensoorten uitgezonderd (art. 9.2 derde lid, van de Verordening). Dat wil zeggen dat het pgb daar niet aan mag worden besteed. Ook geldt dat geen gebruik wordt gemaakt van een zogeheten verantwoordingsvrij bedrag (art. 9.2, vierde lid, van de Verordening). Gemeenten zijn vrij om dat te bepalen.
Hoofdstuk 11
Artikel 11.10