Naar hoofdinhoud
Artikel 12.5, eerste lid aanhef en onder a, van de Verordening Er kunnen zich situaties voordoen waarin het college tot het oordeel komt dat er sprake is van een belangenstrengeling tussen de budgethouder en de derde aan wie het pgb wordt besteed. Dat is het geval als die derde ook degene is die de budgethouder helpt om de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde manier uit te voeren. Daarmee kunnen de aan het pgb verbonden taken door die derde beïnvloed worden. Wanneer de derde beroepshalve maatschappelijke ondersteuning biedt, dan gaat het college daarvan uit. De invloed van de derde op het zogeheten pgb-beheer is niet in lijn met het doel van het pgb en kan oneigenlijk gebruik van de wet in hand werken. Immers deze derde (in ieder geval een ZZP-er of ondersteuner in dienst bij een professionele organisatie) kan niet twee belangen dienen (CRVB:2019:2803, RBGEL:2018:3911). Denk ook aan de situatie waarin de professionele organisatie in een bijvoorbeeld een andere BV. activiteiten heeft ondergebracht gericht op bemiddeling. Het kan ook gaan om medewerkers die bij deze derde in dienst zijn of op een andere wijze aan de derde zijn verbonden (CRVB:2019:2803). In het geval de derde een persoon is uit het sociaal netwerk (niet beroepshalve werkzaam) kan ook sprake zijn van een belangenverstrengeling. Maar deze personen zullen gelet op hun betrokkenheid bij de cliënt voornamelijk diens belang dienen. Bij de beoordeling van de wettelijke voorwaarden onderzoekt het college of hier sprake van kan zijn (art. 2.3.6, tweede lid, van de wet). Artikel 12.5, eerste lid aanhef en onder b, van de verordening Het spreekt voor zich dat het college het ingevulde Budgetplan met de cliënt (budgethouder) wenst te bespreken. Dat is niet vrijblijvend. Wordt er geen Budgetplan ingediend, dan wordt het pgb in principe geweigerd. Dat geldt ook als de budgethouder of diens vertegenwoordiger een bespreking daarover weigert of zonder tegenbericht niet verschijnt op een uitnodiging van het college. Het college zal de budgethouder dan wel diens vertegenwoordiger in ieder geval twee keer uitnodigen om een Budgetplan in te dienen dan wel het ingediende Budgetplan te bespreken. Artikel 12.5, tweede lid, van de Verordening Gewaarborgde hulp De budgethouder (cliënt) kan afhankelijk zijn van gewaarborgde hulp. Dat wil zeggen hulp van een andere persoon ter compensatie van het gebrek aan capaciteiten of bekwaamheden om zelf de regie te voeren over de aan het pgb verbonden taken. Uit onderzoek moet blijken dat dergelijke hulp gewaarborgd is. Dat wil zeggen dat deze persoon moet kunnen instaan voor de nakoming van de aan het pgb verbonden verplichtingen zoals: de keuze van de ondersteuner, de kwaliteit en het behalen van het resultaat van de ondersteuning, en de financiële verantwoording rondom het pgb. Deze persoon zal moeten verklaren inhoudelijke verantwoordelijkheid te willen dragen voor het nakomen van de pgb-verplichtingen. Niet ingestaan voor nakomen verplichtingen Als de derde aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden eerder niet heeft ingestaan voor het nakomen van de pgb-verplichtingen, zal het college het pgb in principe weigeren. Denk bijvoorbeeld aan: onjuiste declaraties of onregelmatigheden daarin, de situatie dat eerder is gebleken dat geen of niet voldoende kwalitatieve ondersteuning is ingekocht. Er zijn meer voorbeelden denkbaar. Artikel 12.5, derde lid, van de Verordening Het staat de budgethouder, die voldoet aan de voorwaarden, vrij om het pgb te besteden aan een derde. Ook kan de budgethouder besluiten om een andere derde in te schakelen, mits wederom wordt voldaan aan de voorwaarden. Daarnaast kan het voor komen dat de omstandigheden wijzigingen en het college aanleiding heeft om de ondersteuningsbehoefte gewijzigd vast te stellen of het recht op het pgb in te trekken. Daarom is in de Verordening bepaald dat een overeenkomst met een derde waarin ook huurbepalingen van de woonruimte zijn opgenomen, in principe niet is toegestaan. Dit voorkomt dat de budgethouder (cliënt) zonder woonruimte komt te zitten als hij het pgb niet meer besteed aan de derde met wie hij de overeenkomst voor ondersteuning én woonruimte is aangegaan. De cliënt geniet dan namelijk geen huurbescherming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel