Het is wenselijk om een objectief afwegingskader vast te stellen wat betreft de afbakening en inzet van gebruikelijk hulp om te voorkomen dat in voorkomende gevallen sprake is van toeval of van willekeur. Het college neemt daarbij een aantal uitgangspunten over zoals die golden in AWBZ. Voor wat betreft het overnemen van huishoudelijke taken blijven de regels gelden zoals onder de Wmo 2007. Onder gebruikelijke hulp wordt in ieder geval verstaan:
het overnemen van of ondersteunen bij het uitvoeren van huishoudelijke taken;
het overnemen van of ondersteunen bij het uitvoeren van de (financiële) administratie;
het bieden van ondersteuning bij activiteiten of bezigheden die naar oordeel van het college volgens algemene aanvaardbare opvattingen tot de levenssfeer van personen van de leefeenheid behoren.
Hiermee is geen limitatieve opsomming beoogd. Andere ondersteuning kan naar oordeel van het college ook volgens algemene aanvaardbare opvattingen als gebruikelijke hulp worden aangemerkt. Dat is ook afhankelijk van de individuele situatie. Uitgaande van de ondersteuningsvraag van de cliënt worden tijdens het vraagverhelderingsgesprek de problemen geïnventariseerd die de cliënt heeft in zijn zelfredzaamheid en/of participatie. Op basis van die inventarisatie beoordeelt het college welke ondersteuning nodig is. Pas dan kan op juiste wijze worden vastgesteld of gebruikelijke hulp mag worden verwacht van huisgenoten (bijv. CRVB:2018:3243 en CRVB:2018:3108).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3