Het gaat bij de indicatie voor beschermd wonen om een specifieke doelgroep die vanwege psychische of psychosociale problemen niet in staat zijn zich te handhaven in de samenleving (zie art. 2.3.5, vierde lid, van de Wmo 2015). De cliënt is om die reden aangewezen op verblijf in een beschermende woonomgeving met bijbehorend toezicht en begeleiding. De personenkring van beschermd wonen is niet beperkt tot cliënten met een psychiatrisch ziektebeeld. De noodzaak voor een beschermende woonomgeving wordt, zo blijkt uit de begripsbepaling, (mede) bepaald aan de hand van de aanwezigheid van risico’s:
het voorkomen van verwaarlozing; en/of
maatschappelijke overlast; en/of
het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen.
Het toezicht is noodzakelijk ter voorkoming van één of meer van de hiervoor genoemde risico’s en bestaat uit een (noodzakelijke) behoefte aan meerdere en onplanbare ondersteuningsmomenten per etmaal op essentiële terreinen dagelijks leven.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.3