Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet bij
nadere regeling op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt
voor een voorziening voor opvang of beschermd wonen in aanmerking komt.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 3.