**1..** Bij de vaststelling wordt de subsidie berekend door het gemiddelde aantal VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT te vermenigvuldigen met het bedrag genoemd onder artikel 8, lid 2, respectievelijk artikel 8, lid 3, van deze nadere regels.
**2..** Het gemiddelde aantal VVE-peuters ZKT en MKT betreft het aantal VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT dat op de 1e dag van de maanden januari t/m juni en september t/m december in het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt vastgesteld aan het peuterprogramma heeft deelgenomen, zoals vermeld op het overzicht als bedoeld in artikel 13, lid 3, sub b, van deze nadere regels, gedeeld door 10. De uitkomst van de berekening wordt - naar boven - op één cijfer achter de komma afgerond.
Hoofdstuk 6
Artikel 16