De wetgever heeft het begrip woningen in het kader van artikel 13b Opiumwet niet nader gedefinieerd. In deze beleidsregels wordt daarom onder woningen verstaan een pand dat dient tot woning dan wel gebruikt wordt als woning. Hieronder vallen zowel koop- en huurwoningen. Een pand moet als woning worden aangemerkt, als deze oorspronkelijk voor bewoning is ontworpen en gebouwd. Of het pand naar de aard en inrichting ook daadwerkelijk geschikt is om als woning te dienen, is daarbij niet van doorslaggevend belang.
Daarnaast wordt ook gekeken naar de daadwerkelijk daaraan gegeven bestemming. Veelal staat dit verwoord in het proces-verbaal van bevindingen van de politie. Dit kan echter ook geconstateerd worden door een toezichthouder van de gemeente Rhenen en in een controlerapport worden vastgelegd. Eventuele inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie zijn mede bepalend om vast te stellen of er sprake is van feitelijke bewoning.
Onder het begrip woning vallen ook andere vormen van wonen, zoals wonen in een boot, woonwagen of caravan. Daarnaast vallen de daarbij behorende erven met de daarbij behorende opstallen ook onder het begrip woning.
Schijnbewoning (het simuleren van de indruk dat het pand gebruikt wordt als woning), maakt niet dat er sprake is van een woning. Gebruik van het pand voor woondoeleinden voor meer dan een incidenteel karakter kan dan niet aannemelijk worden gemaakt. Bij schijnbewoning zijn de beleidsregels inzake lokalen en de daarbij behorende erven van toepassing.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.4
Woningen
Onderdeel van Gemeente Rhenen – DAMOCLESBELEID GEMEENTE RHENEN 2019