Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf

Artikel 2:28

Exploitatievergunning openbare inrichting

Onderdeel van Gemeente Rhenen - ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE RHENEN 2020

Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid dienen de houder, dan wel indien de houder een rechtspersoon is, degenen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefenen in het horecabedrijf, te voldoen aan de volgende eisen: zij mogen niet onder curatele staan, dan wel uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet zijn; zij mogen in geen enkel opzicht van slecht levensgedrag zijn; zij moeten de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt of, als aan de inrichting een drank- en horecawetvergunning is verstrekt, de leeftijd van eenentwintig jaar. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit dan wel een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: zorginstelling; museum; buurt- of clubhuis; of een bedrijfskantine of – restaurant. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve ontheffing van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen, als: zich in de zes maanden voorafgaand aan de indiening van het (ambtshalve) verzoek geen incidenten gepaard gaande met geweld, alcohol, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, of de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede, derde of vierde lid. De ontheffing wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het zesde lid onder a. Op de aanvraag om een vergunning of een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel