Naar hoofdinhoud
1.. De eerste wettelijke voorwaarde betreft de pgb-vaardigheid van de cliënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger: Een cliënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger dient in staat te zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Denk aan: De cliënt gaat zelf op zoek naar een passende hulpverlener; iDe cliënt moet zelf overeenkomsten en contracten afsluiten inclusief tariefafspraken; De cliënt stuurt en spreekt zelf de hulpverlener aan op zijn verplichtingen; De cliënt houdt zelf de administratie bij en legt verantwoording af over de besteding; De cliënt verkrijgt het pgb via het trekkingsrecht, dat uitgevoerd wordt door de Sociale Verzekeringsbank. De cliënt zorgt zelf voor de juiste aanlevering van informatie aan de Sociale Verzekeringsbank en de verwerking van de betalingen via de digitale mogelijkheden van de Sociale Verzekeringsbank. Het college acht een cliënt of diens (wettelijke) vertegenwoordiger niet in staat om de aan de pgb verbonden taken verantwoord uit te voeren indien er sprake is van: Problematische schuldenproblematiek; Ernstige verslavingsproblematiek; Het begaan van ernstige fraude; Een aanmerkelijke verstandelijke beperking; Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; Een vastgestelde cognitieve stoornis; Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal, in woord en geschrift; Twijfels op andere gronden over de pgb-vaardigheid. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Bij de beoordeling van de cliënt kan gebruik worden gemaakt van de pgb-test van Per Saldo. Voor deze test kan een cliënt niet slagen of zakken, maar geeft het college meer inzicht in de mate waarin een cliënt beschikt over de vaardigheden die noodzakelijk zijn om een pgb te kunnen beheren. Cliënten die niet in staat zijn om het beheer van het pgb in eigen handen te nemen, kunnen de aan een pgb verbonden taken uit laten voeren door een (wettelijk) vertegenwoordiger. Voor de vertegenwoordiger gelden dezelfde eisen met betrekking tot de pgb-vaardigheid als de cliënt en zoals benoemd onder lid 1a, b en c. De vertegenwoordiger mag geen (financiële) banden hebben met de in te zetten hulpverlener en kan niet tegelijkertijd de zorg leveren. Een eventueel door de cliënt ingezet bemiddelingsbureau kan niet tegelijkertijd de zorg leveren, met uitzondering van de doelgroep als omschreven in art. 14 lid 4b van de Verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel