Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Wijze van verstrekking

Onderdeel van Beleidsregels Beschermd Wonen gemeente Montferland 2020

Beschermd Wonen wordt toegekend in: de vorm van een voorziening in Zorg in Natura of de vorm van een pgb. Wanneer een maatwerkvoorziening toegewezen is, informeert de consulent Beschermd Wonen de cliënt of zijn vertegenwoordiger over het door de gemeente gecontracteerde aanbod. Ook informeert de consulent Beschermd Wonen de cliënt over de mogelijkheid om te kiezen voor een verstrekking van een pgb. De hoogte van het pgb is vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Montferland. Jaarlijks kunnen de bedragen wijzigen. Het verkrijgen van een maatwerkvoorziening in natura gaat via een van de gecontracteerde aanbieders, waarmee de centrumgemeente afspraken heeft gemaakt. De Achterhoekse gemeenten hebben bij de aanbesteding de volgende categorieën kwaliteitseisen geformuleerd: Kwaliteitseisen die zich met name richten op het professioneel organiseren van een gezonde bedrijfsvoering. Kwaliteitseisen die betrekking hebben op het werken met een ondersteuningsplan, samenwerking met ketenpartners en andere partijen voor integrale hulpverlening en eisen aan de geleverde ondersteuning. Kwaliteitseisen die worden gesteld aan de competenties, type opleiding en/of het opleidingsniveau van de professionals die ondersteuning leveren in het primaire proces. Kwaliteitseisen die worden gesteld aan het resultaat van de ondersteuning. Het kan hierbij gaan om (het meten van) effecten van ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid en participatie, maar ook resultaten in de vorm van door- en uitstroom. Voor Beschermd Wonen zijn specifieke eisen gesteld aan de 24-uurs bereikbaarheid en de begeleiding die de aanbieder moet bieden. Bij elke variant van Beschermd Wonen moet sprake zijn van 24-uurs bereikbaarheid van de begeleiding. Bij de varianten ‘Wonen Beschermd – Ontwikkeling’ en ‘Wonen Beschermd – Stabilisatie’ moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moet de begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn. De aanbieder biedt dan zo nodig een kortdurende interventie aan de cliënt. Hierbij zorgt hij zo nodig voor contact met het netwerk, de structurele begeleider van de cliënt, de politie, het lokale team en het toegangsteam van de gemeente. De aanbieder ziet erop toe dat de cliënt in en buiten de woning geen overlast veroorzaakt. Mocht dit toch gebeuren dan spreekt de aanbieder de cliënt daarop aan en maakt de aanbieder afspraken met de cliënt om herhaling te voorkomen. Overlastklachten die over bewoners bij de gemeente binnenkomen worden aan de aanbieder doorgegeven zodat er maatregelen kunnen worden genomen. Bij herhaaldelijke en voortdurende overlastklachten uit de buurt zal de aanbieder, in overleg met de cliënt en de gemeente, maatregelen treffen. Dit kan betekenen dat voor de overlast veroorzakende cliënt een ander onderkomen moet worden gezocht. De aanbieder dient maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en de omgeving waarin zij wonen te waarborgen. De begeleiding wordt door meerdere professionele begeleiders geboden. De verantwoordelijkheid voor de 24-uurs bereikbaarheid en de dagelijkse begeleiding wordt door meerdere begeleiders gedeeld. Bij Wonen Beschermd (stabiliseren en ontwikkelen) geldt dat minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante hbo-opleiding (of mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardigheid aan een hbo-opleiding) heeft. In de praktijk vervult deze beroepskracht vaak de rol als casemanager. Er kan een verscheidenheid aan expertises en functieniveaus van beroepskrachten nodig zijn die de benodigde zorg en ondersteuning kunnen bieden. Welke mix van beroepskrachten als passend wordt gezien, is de verantwoordelijkheid van de aanbieder. De aanbieder moet minimaal twee beroepskrachten in dienst hebben. De aanbieder moet op cliëntniveau inzichtelijk maken op welke momenten professionele ondersteuning vanuit een GGZ-instelling en/of een hulpverlener ingeschakeld wordt. De aanbieder zorgt voor begeleiding van de cliënt als hij niet alleen kan reizen vanwege zijn hulpvraag bij een doktersbezoek of om boodschappen te doen. Uiteraard kan daarvoor eerst een beroep gedaan worden op familieleden, kennissen of vrijwilligers. De aanbieder stimuleert de cliënt deel te nemen aan sociale activiteiten. De aanbieder zoekt met de cliënt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te verrichten. Vrijwilligerswerk moet aansluiten bij de mogelijkheden van de cliënt en tegelijk uitdagend zijn. De dagbesteding is bij voorkeur zo dicht bij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoe kan. Nadrukkelijk dient de aanbieder te kijken of de cliënt als vrijwilliger bij kan dragen en zijn kwaliteiten in kan zetten voor de samenleving, de buurt of buurtgenoten, de woonplek of medebewoners, of anderen. De aanbieder ondersteunt de cliënt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden. De aanbieder neemt hierbij de regie en verantwoordelijkheid niet van de cliënt over. De aanbieder is verantwoordelijk voor coördinatie en regie van de met cliënt afgesproken ondersteuning (individuele begeleiding en dagbesteding) ook als dagbesteding bij een andere aanbieder is ondergebracht. De aanbieder ziet erop toe dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne). De cliënt kan een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb aanvragen. Met een pgb kan de cliënt zelf de gewenste ondersteuning inkopen. Het pgb kan uitsluitend worden ingezet voor de kosten van de toegekende maatwerkvoorziening. De kosten van het wonen en voeding worden door de cliënt zelf betaald. Deze kosten mogen niet uit het pgb betaald worden. Om een pgb toegekend te krijgen moet de cliënt, conform artikel 2.3.6 van de wet, aan drie wettelijke voorwaarden voldoen. Het is aan de consulent Beschermd Wonen om na het gesprek met de cliënt te beoordelen of hieraan wordt voldaan. Zo beoordeelt de consulent Beschermd Wonen onder meer: de kennis van de cliënt over de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb; de mogelijkheden van de cliënt om degene die de ondersteuning verleend aan te sturen en of de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Daarbij zijn de tien punten voor pgb vaardigheid1https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-en-ondersteuning-thuis/documenten/publicaties/2019/08/26/10-punten-pgb-vaardigheden het uitgangspunt voor de consulent. Ad 1. Als de cliënt de aan een pgb verbonden taken uitvoert met hulp van een vertegenwoordiger, toetst het college deze persoon op dezelfde wettelijke voorwaarden als de cliënt. Daarnaast gelden nog enkele aanvullende voorwaarden ten aanzien van de vertegenwoordiger zoals bepaald in artikel 6.1. van de verordening van de gemeente Montferland. In beginsel is het toegestaan dat de cliënt zich bij het beheer van zijn pgb laat vertegenwoordigen door een familielid in de eerste of tweede graad, die tevens (een deel van) de ondersteuning levert, tenzij er naar het oordeel van het college sprake is van ongewenste belangenverstrengeling. Het belang van de cliënt moet centraal staan. Een factor die kan wijzen op ongewenste belangenverstrengeling is als de cliënt vanwege zijn beperkingen een lage mate van invloed heeft op het besluit om voor een pgb te kiezen. De dubbelrol van informele zorgverlener en pgb beheerder mag daarnaast niet ten koste gaan van het bereiken van de gewenste resultaten. Ervaringen die er vanuit het verleden eventueel al met ondersteuning en het beheer van het pgb zijn, kunnen hierbij een rol spelen. Aangezien de combinatie van beheerder van het pgb en uitvoerder van ondersteuning kwetsbaar is, kan ervoor gekozen worden de indicatieduur te beperken of om frequenter tussentijds te evalueren hoe de ondersteuning en het beheer van het pgb verloopt. Ad 2. De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger kan motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening als pgb wil ontvangen. Ad 3. De centrumgemeente moet beoordelen of de met het pgb in te kopen ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Om de veiligheid van de ondersteuning te waarborgen: moet de begeleiding 24 uur bereikbaar zijn. Bij de varianten ‘Wonen beschermd – Ontwikkeling’ en ‘Wonen beschermd – Stabilisatie’ moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moet de begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn; dient de organisatie aantoonbaar maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en omgeving waarin zij wonen te waarborgen; dient de organisatie minimaal twee beroepskrachten in dienst te hebben, en heeft minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante hbo-opleiding (of mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardigheid aan een hbo-opleiding). De doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning uit zich in dat: de organisatie samen met de cliënt een ondersteuningsplan opstelt met daarin SMART geformuleerde doelen. De organisatie en cliënt evalueren periodiek op de doelen die beschreven staan in het ondersteuningsplan; de organisatie met de cliënt duidelijk afspreekt op welke momenten professionele ondersteuning vanuit een GGZ-instelling/hulpverlener ingeschakeld wordt en de ondersteuning afstemt op eventuele behandeling; de organisatie zorgt voor goede afspraken over de begeleiding van de cliënt als hij niet alleen kan reizen bij een doktersbezoek of om boodschappen te doen; de organisatie met de cliënt zoekt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te verrichten. De dagbesteding is bij voorkeur zo dicht bij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoe kan; de organisatie de cliënt ondersteunt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden, en de organisatie erop toe ziet dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne). Om de in artikel 5.2.1 genoemde punten te kunnen beoordelen, verwacht de centrumgemeente dat de cliënt een ondersteunings- en budgetplan indient waar dit duidelijk in beschreven staat. In dit ondersteunings- en budgetplan legt de cliënt samen met de organisatie vast waar hij de ondersteuning wil inkopen en de afspraken rondom de gewenste ondersteuning. Het moet duidelijk maken dat de organisatie kwalitatief goede ondersteuning levert, die aansluit bij de gestelde doelen. In het ondersteunings- en budgetplan maakt de cliënt in ieder geval inzichtelijk: waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan; hoe aan de in het gespreksverslag of gezinsplan omschreven doelen wordt gewerkt; waarom voor deze ondersteuner is gekozen; wie het pgb gaat beheren; waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wil ontvangen; welke salarisafspraken zijn gemaakt; hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd, en indien van toepassing, wat de resultaten waren van de eerder gestelde doelen. Salarisafspraken Naast het ondersteunings- en budgetplan moet de cliënt ook de zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarieven vastgelegd. De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. De centrumgemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. Daartoe hanteert de centrumgemeente dat een betaling via facturatie plaatsvindt en is een betaling via een vast maandloon niet mogelijk. Betaling via facturatie ondersteunt de controle op rechtmatigheid voor zowel budgetbeheerder als de centrumgemeente. Dit geeft meer mogelijkheden om onrechtmatig of ondoelmatig besteedde middelen vast te stellen. Eventuele wijzigingen in het volume en de inhoud van de geleverde ondersteuning moeten worden doorgeven aan de SVB. Het ondersteunings- en budgetplan en de zorgovereenkomst moeten door de consulent Beschermd Wonen zijn goedgekeurd voordat de centrumgemeente het pgb bij de Sociale Verzekeringsbank klaarzet. Bij de herbeoordeling van de indicatie wordt het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd. Ook kan de centrumgemeente steekproefsgewijs controles uitvoeren. Indien de budgetbeheerder de besteding van het pgb niet adequaat kan verantwoorden, kan het college besluiten het pgb te beëindigen of (een deel van) het pgb terug te vorderen. De cliënt aan wie een pgb is toegekend heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het tarief waarop het pgb is gebaseerd. Indien als gevolg hiervan sprake is van meerkosten, dan komen deze volledig voor rekening van de cliënt. Het is in beginsel toegestaan dat de cliënt hierdoor minder ondersteuning inkoopt dan is geïndiceerd. Wel zal bij een herindicatie worden onderzocht wat de invloed van de lagere inzet op het beoogde resultaat is geweest. Bij een herindicatie kan dit gevolgen hebben voor de nieuwe indicatiestelling. Als ondersteuning is ingekocht buiten Nederland mogen de reis- en verblijfskosten niet vanuit het pgb worden betaald. Daarnaast geldt dat voor het bieden van begeleiding aan de cliënt in het buitenland expliciet toestemming door de consulent moet worden gegeven. De consulent zal hierbij toetsen of de besteding van het pgb past binnen het ondersteuningsplan en de te behalen resultaatgebieden. Daarbij geldt dat een pgb mag maximaal vier weken per jaar buiten Nederland mag worden besteed. Dit is gebaseerd op het aantal vakantiedagen waarop een werknemer over één jaar recht heeft, dit bedraagt vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week (artikel 7:634 Burgerlijk Wetboek). Bij een vijfdaagse werkweek van acht uren per dag, 40 uren per week, is er dus minimaal recht op 20 volledige vakantiedagen per jaar (4 x 40 = 160 uren). Het pgb kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering. Kosten die de ondersteuner bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijn zijn niet te verhalen op de gemeente. Ook kosten die de ondersteuner de budgethouder in rekening brengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel