De regionale toegang is er voor personen die een beroep doen op beschermd wonen of maatschappelijke opvang onder de Wmo.
Betrokkene doet, meestal met ondersteuning van een toeleider, een melding. Een toeleider kan bijvoorbeeld zijn: Stadsteam Herstel, hulpverleners uit de ggz-zorg, forensische zorg of GIA-opvang (geweld in afhankelijkheidsrelaties), huisarts, betrokken buurtteammedewerker, sociaal wijkteam of jeugdzorg.
Betrokkene levert een gemotiveerde aanvraag voor beschermd wonen of opvang in. Hierin wordt aangegeven waarom met lichtere vormen van zorg onvoldoende resultaat behaald wordt. Verder wordt ingegaan op: gedragscomponenten, noodzaak tot structuur, veiligheid, uitstelbare/niet uitstelbare hulpvraag, diagnose en de mogelijkheden voor participatie en activering. Daarbij wordt het Wat-telt-instrument dan wel de ICF-classificatie als instrument gebruikt. Onderdeel van deze aanvraag is het opstellen van een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt samen met de toeleider en/of de adviseurs van de regionale toegang opgesteld. In het ondersteuningsplan wordt aangegeven wat de ondersteuningsvraag is en worden afspraken gemaakt over de aanpak en de resultaten. Tevens wordt de zorgaanbieder waar de voorkeur naar uit gaat, aangegeven. Ook vindt overleg plaats met de potentiële aanbieder of het aanbod passend is. Het ondersteuningsplan wordt ondertekend door de klant en de toeleider..
Via de regionale toegang vindt weging en toetsing van de aanvraag, het ondersteuningsplan en de voorgestelde plaatsing plaats. Relevante onderdelen bij de weging en toetsing zijn:
Is sprake van voorliggende zorg/ondersteuningsvormen: lichtere of ambulante vormen van Wmo-ondersteuning. Of kan gebruik gemaakt worden van ondersteuning via de Wlz of Zvw;
Is sprake van een gegronde reden om in de regio beschermd wonen of maatschappelijke opvang aan te vragen. Dat wil zeggen is er sprake van sociale binding, economische binding, specifieke zorgvraag of overige (bijvoorbeeld veiligheid);
Is het formulier/verslag volledig ingevuld.
Complexe casussen (of bij wachtlijstproblematiek bij de voorkeursaanbieder) worden besproken in de veldtafel, onder voorzitterschap van de gemeente. Deelnemers aan de veldtafel zijn professionals werkzaam bij de buurt- of wijkteams, Stadsteam Herstel, ggz-instellingen en instellingen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. In de veldtafel vindt overleg en consultatie plaats. De voorzitter neemt het definitieve besluit. De aanbieder waar betrokkene geplaatst wordt dient vanaf het moment van plaatsing zorg te leveren en is verantwoordelijk voor het regelen van eventuele overbruggingszorg als er een wachtlijst is.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.3
De regionale toegang voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen:
Onderdeel van Beleidsregels Wmo Gemeente Utrecht 2020