Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6. › Paragraaf 6.5

Artikel 6.5.3

Afwegingskader thuisbegeleiding

Onderdeel van Beleidsregels Wmo Gemeente Utrecht 2020

Het resultaat van thuisbegeleiding is het creëren van overzicht over de huishoudelijke taken bij de betrokkene, door individuele, praktische begeleiding in de thuissituatie bij het voeren van de huishouding. Bij het onderzoek of thuisbegeleiding noodzakelijk is worden de volgende elementen betrokken: Er is sprake van zware en/of chronische problematiek op meerdere levensgebieden en/of; Het gaat om (complexe) problematiek die specifieke expertise vraagt; cliënten houden namelijk vaak de zorg af of mijden deze. Hierdoor ontstaat het risico op het veroorzaken van maatschappelijke overlast; Er zijn (nagenoeg) geen mogelijkheden om het eigen netwerk te benutten of de eigen kracht nog te vergroten; Er is (nagenoeg) geen ontwikkelperspectief op zelfstandigheid; De situatie van betrokkene is instabiel. De voorziening thuisbegeleiding heeft een praktisch, uitvoerend en structureel karakter. Er bestaat een noodzaak om de huishoudelijke taken samen uit te voeren, waarbij de begeleider vooral coach on the job is. Er worden geen huishoudelijke taken overgenomen, daarmee onderscheidt deze voorzienig zich van de voorziening ‘schoon huis’. Het bieden van deze ondersteuning vraagt specifieke vaardigheden die het mogelijk maken om ondanks de zorgmijding vertrouwen te winnen en ‘achter de voordeur’ te komen.

Rechtspraak bij dit artikel