Als de uitkering krachtens de IOAW of IOAZ aan een gezin is verleend, wordt de uitkering van alle gezinsleden teruggevorderd.
Als de uitkering krachtens de IOAW of IOAZ met inachtneming van artikel 3 van de IOAW of IOAZ had moeten worden verleend, maar dit achterwege is gebleven omdat belanghebbende onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 13 IOAW of IOAZ, of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt de gedurende het betrokken tijdvak ten onrechte verleende uitkering mede teruggevorderd van de persoon met wiens inkomen bij de verlening van de uitkering rekening had moeten worden gehouden.
De onder het eerste en tweede lid genoemde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte verleende uitkering.
Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.2:
Artikel 71:
terugvordering van gezinsleden
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2020