Het parttime ondernemerschap wordt opengesteld voor uitkeringsgerechtigden ingevolge de Participatiewet en IOAW die naar verwachting niet binnen zes maanden kans hebben op werk in loondienst.
Als de competenties van belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschieten voor het uitoefenen van een zelfstandig beroep of bedrijf, wordt geen toestemming gegeven voor parttime ondernemen.
Het college verleent geen toestemming voor het uitoefenen van een parttime bedrijf of beroep indien het bedrijf of de parttime ondernemer niet voldoen aan de wettelijke voorschriften, waaronder een rechtmatige vestiging van het bedrijf.
Er moet sprake zijn van op de uitkering te korten inkomsten. Als er naar verwachting geen inkomsten uit parttime ondernemen gegenereerd kunnen worden, verleent het college geen toestemming voor parttime ondernemerschap. Als na de start blijkt dat er geen inkomsten gegenereerd worden, trekt het college de toestemming in. De eerste drie jaar geldt als opstart in het vierde en volgende jaren na de start moet het parttime bedrijf of beroep netto winst maken.
Als sprake is van concurrentievervalsing verleent het college geen toestemming voor het parttime ondernemen of trekt het college de eerder gegeven toestemming in.
Voor zover dit nodig is moet het parttime bedrijf of beroep ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. Verzuimt belanghebbende dit, trekt het college de toestemming in.
Er moet sprake zijn van een separate bedrijfsrekening die strikt gescheiden is van de privé rekening. Verzuimt belanghebbende dit, trekt het college de toestemming in.
Door of namens belanghebbende moet een deugdelijke administratie gevoerd worden die jaarlijks binnen 6 maanden na afloop van een boekjaar aan het college overgelegd moet worden. Jaarlijks vordert het college de teveel verstrekt bijstand terug of betaalt het college het te weinig verstrekte bedrag na.
Het college verleent geen toestemming met terugwerkende kracht.
Het college verleent geen toestemming of trekt de toestemming in als het parttime ondernemen meer uren kost dan 1.224 per kalenderjaar en/of de inkomsten uit het parttime ondernemerschap hoger zijn dan € 6.000.
Op de opbrengsten uit het parttime ondernemen mogen uitsluitend kosten in mindering gebracht worden die gerelateerd zijn aan het verrichte werk.
Er mogen geen hoge en/of langlopende verplichtingen aangegaan worden noch mogen grote investeringskosten gemaakt worden, deze kosten worden door het college niet in mindering gebracht op de opbrengsten.
De opbrengsten uit het bedrijf of het beroep moeten verminderd met de kosten maandelijks doorgegeven worden aan het college, uitsluitend aantoonbare en reële kosten worden geaccepteerd.
De arbeids- en re-integratieverplichtingen blijven onverkort gelden voor belanghebbende(n).
Hoofdstuk 13: › Paragraaf 13.4:
Artikel 51
Criteria en verplichtingen voor het parttime ondernemerschap
Onderdeel van Re-integratiebesluit Participatiewet Midden-Groningen 2020