Indien het vermogen waarover belanghebbende op peildatum beschikt of redelijkerwijs kan beschikken hoger is dan de vrijlating genoemd in de wet, bestaat geen recht op inkomenstoeslag.
Voor de belanghebbende die algemene bijstand ontvangt wordt aangenomen dat hij of zij voldoet aan het vermogenscriterium, voor de belanghebbende die Ioaw of Ioaz ontvangt geldt dat het vermogen vastgesteld moet worden en getoetst moet worden aan het vermogenscriterium.
Indien uit voorhanden zijnde gegevens blijkt dat in de referteperiode over een vermogen is beschikt dat hoger was dan de toegestane vermogensvrijlating en dit op peildatum niet meer het geval is, bestaat geen recht op een inkomenstoeslag.
Het derde lid geldt niet indien geen sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet en artikel 13 Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Midden-Groningen 2019.
Artikel 5.
Peildatum vermogenstoets
Onderdeel van Nadere regels individuele inkomenstoeslag gemeente Midden-Groningen 2020