Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 16.

Blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- of IOAZ-uitkering

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Hoogeveen 2020

Het college kan de uitkering: gedurende periode tijdelijk weigeren voor de duur van zes maanden als aan de beëindiging van de dienstbetrekking van belanghebbende een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek enbelanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt; of gedurende periode tijdelijk weigeren voor de duur van zes maanden als de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd; of gedurende periode tijdelijk weigeren voor de duur van zes maanden als belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; of gedurende periode tijdelijk weigeren voor de duur van zes maanden als belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. De verlaging is gelijk aan de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen had kunnen verwerven, doch niet hoger dan de verstrekte uitkering per maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel