Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
de gedraging meer dan één jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden, tenzij sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan vanwege het te snel interen op het vermogen. In hetlaatste geval is de termijn drie jaar
Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Belanghebbende wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien van het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Hoogeveen 2020