Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2020

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel driehonderd vijfenzestigste deel van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel driehonderd vijfenzestigste deel van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht nog volle etmalen overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder dan € 5,00 bedraagt. 4.. Indien het aantal honden meer dan één bedraagt en in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op vermindering voor zoveel driehonderd vijfenzestigste deel van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder dan € 5,00 bedraagt. De vermindering van de verschuldigde belasting vindt plaats in de volgende volgorde en niet op het totaal bedrag aan hondenbelasting: voor iedere hond boven het aantal van twee; voor iedere tweede hond. 5.. Indien de belastingplicht eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert na dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot vermindering indienen bij de ambtenaar belast met de heffing. 6.. De belasting wordt niet geheven indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder dan € 5,00 bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel