Een persoon met beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen kan in aanmerking komen voor hulp bij het huishouden als:
de inwoner door zijn belemmeringen, rekening houdend met de beschikbaarheid van de gebruikelijke hulp en onverplichte mantelzorg, niet of onvoldoende in staat is tot het verzorgen van het huishouden van zichzelf of van de leefeenheid waartoe hij behoort of
deze kortdurend, al dan niet in verband met het tijdelijk ontbreken of het ontlasten van mantelzorg, noodzakelijk is.
Hulp bij het huishouden wordt als maatwerkvoorziening verstrekt als hulp bij het huishouden 1(HH1) of als hulp bij het huishouden 2 (HH2). Daarbij geldt dat:
HH1 een maatwerkvoorziening is waarbij geheel of gedeeltelijk activiteiten op het gebied van het huishouden worden overgenomen. De inwoner is in staat tot zelfregie over de planning en organisatie van de activiteiten;
HH2 een maatwerkvoorziening is waarbij geheel of gedeeltelijk activiteiten op het gebied van het huishouden worden overgenomen met inbegrip van hulp bij de organisatie van het huishouden aangezien de inwoner zelf niet in staat is regie over zijn huishouding te voeren.
Hoofdstuk 3
Artikel 10.
Hulp bij het huishouden
Onderdeel van Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Groningen 2020