Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 10

Artikel 10.1

Maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgetten en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk

1.. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget, zolang hij van de maatwerkvoorziening in natura gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend. 2.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3.. De bij verordening aangewezen algemene voorzieningen zijn: Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. 4.. De bijdragen voor bij verordening aangewezen maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budget en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 5.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: Kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger; Hulpmiddel; Woningaanpassing; Ondersteuning bij het aanleren van het zelf uitvoeren van huishoudelijke werkzaamheden (waaronder begrepen het tijdelijk overnemen daarvan) en/of bij de organisatie van het huishouden ingeval dat huishouden ontregeld is; Het noodzakelijkerwijs overnemen van de dagelijkse gebruikelijke hulp voor in de leefeenheid aanwezige minderjarige kinderen; Individuele ondersteuning; Deelname aan dagactiviteiten; Vervoersvoorziening; Sportvoorziening. 6.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing, voor zover die is aangewezen bij verordening als bedoeld in lid 1 en lid 5, voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel