De aanvraag voor urgentiecategorie mantelzorg wordt beoordeeld op basis van de algemene weigeringsgronden met uitzondering van lid 1i (lokale binding). Daarnaast gelden de volgende voorwaarden:
Er is sprake van mantelzorg waarbij in de 3 maanden voorafgaande aan het moment van de aanvraag 8 uur of meer mantelzorg per week is verleend of ontvangen;
De onder 6a gestelde 8 uur mantelzorg per week zijn verleend gedurende 4 dagen of meer per week, tenzij de medische problematiek zoals Alzheimer, schizofrenie of andere chronische psychische aandoeningen 24 uur per dag nabijheid vereisen en de hulp op onverwachte momenten wordt geboden.
De mantelzorgsituatie zal naar verwachting nog minstens één jaar voortduren,
De relatie tussen mantelzorggever en mantelzorgontvanger is gebaseerd op familiebanden of langdurige sociale omgang en komt niet voort uit vrijwilligerswerk ter vervulling van de mantelzorgtaken of daarmee vergelijkbare activiteiten;
De mantelzorgontvanger en mantelzorggever wonen zelfstandig en niet in een intramurale instelling;
Het betrekken van een woning in Amsterdam is de enige manier om ervoor te zorgen dat de mantelzorgontvanger zelfstandig kan blijven wonen;
De voorliggende voorzieningen worden al benut, hiermee worden bedoeld alle professionele hulp, zorg, begeleiding of ondersteuning die redelijkerwijs verkrijgbaar is en de behoefte aan mantelzorg verlicht, waaronder;
Hulp bij het huishouden, woonvoorzieningen en/of overige voorzieningen die de gemeente biedt onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO);
Wijkverpleging, thuiszorg of andere zorg die verkregen worden via de zorgverzekering;
Zorg op basis van de Wet Langdurige Zorg (WLZ)
Overige voorzieningen, waaronder ambulante begeleiding of dagbesteding;
De mantelzorggever en mantelzorgontvanger wonen op minimaal 5 kilometer afstand van elkaar;
De mantelzorggever heeft geen medische, fysieke en/of psychische problemen die in de weg staan bij het uitvoeren van mantelzorg;
De aanvrager is redelijkerwijs niet in staat om het woonprobleem op te lossen door middel van:
de reguliere toegang tot een sociale huurwoning (zie weigeringsgrond artikel 2.6.5 lid 1c);
inwoning bij verzorger of verzorgde, in combinatie met een regeling voor huisbewaring ten behoeve van het huis dat hierdoor tijdelijk niet meer wordt bewoond;
een andere redelijkerwijs uitvoerbare, niet in dit artikel omschreven methode.
de eigen woning moet zijn opgezegd of verkocht.
Hoofdstuk 1
Artikel 6.