Naar hoofdinhoud
1. . Aan artikel 2.6.8 wordt niet getoetst als de aanvraag moet worden geweigerd op grond van één van de algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 2.6.5. 2. Per aanvraag kan slechts één urgentiegrond worden aangevoerd. Een medische urgentieverklaring kan alleen worden verkregen op basis van medische gronden. 3. Een urgentieverklaring op medische gronden kan alleen worden verkregen indien: de aanvrager kampt met ernstige en chronische medische problematiek; het medische probleem levensontwrichtend is voor de aanvrager waardoor ernstige woonproblemen ontstaan en de aanvrager daardoor niet meer in staat is zelfstandig te functioneren; een zelfstandige woning een substantieel deel van de oplossing voor het probleem van de aanvrager vormt; en, de aanvrager zelfredzaam is wat inhoudt dat de aanvrager in staat zal zijn om duurzaam zelfstandig te wonen. 4. Indien het probleem niet of slechts beperkt opgelost wordt door een andere woonruimte, of als de aanvrager meer gebaat is bij inzet van een voorliggende voorziening (zoals medische of psychische zorg, of begeleiding) wordt de aanvraag afgewezen op grond van artikel 2.6.5 lid 1 d) of lid 1 f). Hiervan is in ieder geval sprake als de aanvrager beschikt over een beschikking voor een maatwerkvoorziening voor opvang of beschermd wonen. 5. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de weigeringsgronden uit artikel 2.6.5 lid 1c en 1e onverminderd van toepassing zijn op een urgentieaanvraag om medische redenen. Er moet sprake zijn van een overmachtssituatie die redelijkerwijs niet te voorkomen was. [De wijziging in dit artikel treedt per 1 januari 2022 inwerking.]

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel