Naar hoofdinhoud
Huurders van een woonruimte met een aanvangshuur onder de liberalisatiegrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, a, van de Wet op de huurtoeslag in particulier of privaat eigendom komen onder de volgende voorwaarden in aanmerking voor stadsvernieuwingsurgentie: het betreft een woonruimte of wooncomplex met maximaal vier woonruimten; de bouwkundige ingreep is noodzakelijk; de bouwkundige ingreep kan niet in bewoonde staat plaatsvinden; de eigenaar kan niet zelf in vervangende huisvesting voor de huurder voorzien en heeft aantoonbaar inspanning verricht om de huurder zelf (tijdelijk) alternatieve woonruimte aan te bieden; de huurder kan na de bouwkundige ingreep terugkeren tegen de (huur)voorwaarden die de eigenaar met de huurder voor de uitplaatsing is overeengekomen; de huurder is ingeschreven bij Woningnet; de huurder stemt in met de uitplaatsing. In afwijking van het eerste lid komen de volgende huurders niet in aanmerking voor een stadsvernieuwingsurgentieverklaring: huurders die jonger zijn dan 18 jaar; huurders met een campuscontract als bedoeld in artikel 274, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; huurders met een jongerencontract als bedoeld in artikel 274c, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek die jonger zijn dan 28 jaar op de peildatum; huurders die zonder toestemming van de eigenaar de woonruimte in gebruik hebben genomen; huurders die een woonruimte betrekken na een op die woonruimte betrekking hebbende peildatum; huurders met een tijdelijk huurcontract op basis van de Leegstandwet; huurders met een gebruiksovereenkomst; huurders met een belastbaar jaarinkomen boven de inkomensgrens voor sociale huurwoningen € 55.113,- of meer (prijspeil 2020, jaarlijkse indexatie CPI).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel