Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 8.

Urgentiecategorie uitstroom en omslag maatschappelijke opvang en beschermd wonen (HVV Artikel 2.6.7)

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de uitvoering van de huisvestingsverordening (Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020)

Deze urgentiecategorie is bedoeld voor personen die een woning nodig hebben omdat zij uitstromen uit een instelling voor Maatschappelijke Opvang (MO), Beschermd Wonen (BW) of een psychiatrische instelling in Amsterdam. Ook de personen die worden toegelaten in de Maatschappelijke Opvang of Beschermd wonen, maar worden gefinancierd vanuit de wet langdurige zorg (WLZ) vallen onder deze urgentiecategorie. Wegens het extramuraliseren van de zorg en uitvoering van het ‘Housing First’ principe, wordt deze urgentie ook toegekend aan personen die op basis van een beschikking ‘zorg met verblijf’ toegang krijgen tot de Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen maar nog niet voldoen aan de vereisten om uit te stromen naar een huurwoning op eigen naam. De urgentie wordt hierbij onder opschortende voorwaarden verleend, deze constructie heet de ‘Omslagroute’. De zorginstelling draagt de cliënten voor die geschikt worden geacht om zelfstandig in een woning hulpverlening te krijgen. De zorginstelling huurt aanvankelijk de woning zelf en verleent daar de zorg aan de cliënt. De zorginstelling en cliënt ondertekenen een Integraal Traject Plan (ITP) oftewel persoonlijk begeleidingsplan, met daarin op maat gesneden doelen. Zodra de cliënt voldoet aan de gestelde doelen van het hulpverleningstraject en psychisch, sociaal en financieel in staat is om zelfstandig te wonen, wordt deze voorgedragen voor de ‘omklap’ van het huurcontract naar een huurcontract op eigen naam. Op deze urgentie zijn de algemene weigeringsgronden van artikel 2.6.5, eerste lid, onderdelen a, h en j, van toepassing, wat betekent dat de aanvrager: tenminste 18 jaar moet zijn, legaal in Nederland moet verblijven en geen inkomen mag hebben boven de normen gesteld in HVV, artikel 2.2.2, eerste lid. De aanvrager dient verder naar verwachting voldoende zelfredzaam te zijn, geen overlast te veroorzaken, en te voldoen aan de eis van regiobinding of de alternatieve criteria. Regiobinding In beginsel geldt voor een urgentie op grond van HVV, artikel 2.6.7, eerste lid, onderdeel a, de voorwaarde van regiobinding. Dit houdt in dat de aanvrager tenminste twee jaar van de drie jaar voorafgaand aan de opvang (zorg met verblijf) woonachtig moet zijn geweest in de zorgregio Amsterdam en dit dient te worden aangetoond door een inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Bij het verlenen van toegang tot Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn gemeenten op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verplicht om een ruimere uitleg van regiobinding te hanteren. Het kan daarom voorkomen dat personen die tot de MO/BW zijn toegelaten en na of tijdens het zorgtraject moeten doorstromen naar een zelfstandige huurwoning, niet voldoen aan de eis van regiobinding in de HVV. Op grond van HVV artikel 2.6.7, derde lid, kunnen Burgemeester en wethouders in die gevallen de bovengenoemde voorwaarde van regiobinding in de HVV voor urgentie buiten toepassing verklaren. In die gevallen dient de aanvrager aan te tonen dat hij of zij: in Amsterdam verbleef gedurende tenminste twee van drie jaar voorafgaand aan toelating tot de maatschappelijke opvang of beschermd wonen, bijvoorbeeld aan de hand van documenten van een bank, verzekeraar, overheidsinstantie en of zorginstelling; of, een duurzame relatie heeft met een zorgverlener of in behandeling is bij een (GGZ) zorgaanbieder in Amsterdam; of, zorg nodig heeft die in Amsterdam beschikbaar is en niet wordt aangeboden in de regio waar de aanvrager binding mee heeft; of, in Amsterdam een duurzaam sociaal netwerk heeft met een aantoonbare essentiële invloed op een succesvol traject. Voorwaarden bij start Omslagroute – toekenning urgentie onder opschortende voorwaarden Een cliënt van de Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen kan de urgentie onder opschortende voorwaarden krijgen als deze geschikt geacht wordt het hulpverleningstraject te doorlopen in een zelfstandige woning. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de cliënt geen overlast zal veroorzaken, actief zal meewerken aan de zorg en begeleiding van de zorginstelling en hiervoor de deur zal open doen. Bij toekenning van de urgentie onder opschortende voorwaarden wordt de zorginstelling huurder en de woning wordt in gebruik gegeven aan de cliënt. Voor toekenning van de urgentie onder opschortende voorwaarden is vereist dat een Integraal Traject Plan (ITP) of persoonlijk begeleidingsplan is opgesteld en dat dit plan is ondertekend door de cliënt en de zorginstelling. Dat plan bevat gepersonaliseerde doelen om het zorgtraject goed te laten verlopen en om te zorgen dat de cliënt cumulatief gaat voldoen aan de algemene criteria voor de urgentie uitstroom. Deze voorwaarden zijn: de cliënt heeft passende zinvolle dagbesteding; de cliënt functioneert sociaal stabiel; de cliënt functioneert psychisch stabiel; de cliënt is financieel stabiel waarmee wordt bedoeld dat deze; een stabiel inkomen heeft; en inzage heeft gegeven in eventuele schulden op basis van informatie van Bureau Krediet Registratie; en, in het geval er schulden zijn; een overzicht heeft gegeven van alle schulden en betalingsverplichtingen; inzicht heeft gegeven in eventuele openstaande CJIB-boetes en heeft aangetoond dat er geen kans is op detentie vanwege openstaande boetes; en/of, in inkomensbeheer zit; en/of een stabiel werkend budgetplan heeft; en/of een overeenkomst heeft met een schuldhulpverleningsbureau waarbij het schuldhulpverleningstraject voorspoedig loopt Als blijkt dat het ITP of persoonlijk begeleidingsplan niet kan worden volbracht en een herijking van perspectief nodig is kan de urgentie die onder opschortende voorwaarden is verleend worden ingetrokken. Definitieve urgentieverlening (‘omklap’) Bij de definitieve urgentieverlening kan het huurcontract op naam van de zorginstelling worden ‘omgeklapt’, oftewel op naam van de cliënt worden gezet. Een besluit tot definitieve urgentieverlening wordt genomen zodra de cliënt de gepersonaliseerde doelen van het Integraal Trajectplan of persoonlijk begeleidingsplan heeft behaald en met het behalen van deze doelen wordt voldaan aan bovengenoemde algemene criteria voor de urgentie uitstroom. Bij een positieve beoordeling eindigt (meestal) het hulpverleningstraject en wordt de voormalige cliënt een zelfstandig wonende huurder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel