Om voor een kindplek voor een kind met een SMI-indacatie in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.
het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en waarvoor is komen vast te staan dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, of;
er is vastgesteld dat binnen het netwerk geen (tijdelijke) oplossing is en dat kinderopvang noodzakelijk is.
er is vastgesteld dat de veiligheid van het kind in het geding is, of;
er is vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk is, of;
er is vastgesteld dat er sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging of betaling van de opvang op zich te nemen, of;
de noodzaak voor kinderopvang blijkt uit andere stukken van een huisarts of andere instellingen voor zover die een sociaal of medisch oordeel kunnen vormen over de ouder of het betreffende kind, en;
de jeugdconsulent beoordeelt of er een kindregeling SMI noodzakelijk is, voor welke omvang en voor welke duur en geeft hier een indicatie voor af en legt dit vast in een plan van aanpak; en;
uit het plan van aanpak blijkt wie op welke termijn actie onderneemt om de geconstateerde knelpunten bij ouder of kind op te lossen; en
de opvang vindt plaats in een kindercentrum of bij een gastouder welke geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).