Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer de aanvraag om bijzondere bijstand voortkomt uit een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt de eventuele verstrekking op grond van artikel 18, lid 2 van de wet en artikel 6 van de Afstemmings- en fraudeverordening afgestemd. 2.. Indien in de individuele situatie een noodzakelijk geachte afstemming niet of slechts gedeeltelijk kan plaatsvinden wordt de bijzondere bijstand met gebruikmaking van artikel 18, lid 2 van de wet en artikel 10, lid 5 van de Afstemmings- en fraudeverordening toegekend in de vorm van een geldlening. 3.. Ten aanzien van de aflossing van een lening als bedoeld in het tweede lid geldt het gestelde in artikel 6, lid 3 van deze beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel