**1..** De maximale aflossingsperiode van een geldlening, ongeacht of dat een lening via de KBNL onder borgstelling is of bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening wordt vastgesteld op 36 maanden.
**2..** Ten aanzien van verstrekte bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening wordt de aflossingscapaciteit vastgesteld op 6% van de toepasselijke bijstandsnorm + de eventuele draagkracht op grond van het inkomen boven 110% van het toepasselijk sociaal minimum à 35% van dat inkomen.
**3..** Indien de noodzaak tot verstrekking van de geldlening het gevolg is van ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid, als bedoeld in artikel 48, lid 2, sub b van de wet, of het gevolg is van het geheel of gedeeltelijk voorzien in een schuldenlast als bedoeld in artikel 48, lid 2, sub d van de wet, wordt de aflossingscapaciteit vastgesteld op het meerdere in het inkomen boven 90% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**4..** Na een periode van 36 maanden wordt een eventueel restant van de lening kwijtgescholden, mits sprake is geweest van een ongestoorde aflossing.
**5..** Als er geen sprake is geweest van een ongestoorde aflossing dan wordt de aflossingsperiode eenmalig verlengd tot 48 maanden. Indien de belanghebbende dan nog niet ongestoord voldoet aan de aflossingsverplichtingen wordt met toepassing van artikel 58, lid 2, sub b van de wet het restant van de lening ineens teruggevorderd.
**6..** Bij het onder borgstelling afsluiten van een geldlening bij de KBNL voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen of de kosten van woninginrichting kan voor het meerdere aan aflossing en rente aanvullende bijzondere bijstand in de vorm van suppletie worden verstrekt.
Hoofdstuk
Artikel 6: