Naar hoofdinhoud
1.. Het college legt een te verstrekken individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking. 2.. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. 3.. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd: welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is, en indien van toepassing; wat de vervaltermijn van de beschikking is; welke gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieder van jeugdhulp de voorziening verstrekt, en indien van toepassing welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 4.. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking vastgelegd: de hoogte van het pgb; voor welk resultaat een pgb kan worden aangewend; bij welke jeugdhulpaanbieder de hulp met het pgb wordt ingekocht; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en indien van toepassing; de vervaltermijn van de beschikking; de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb; en 5.. Het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 9 maakt deel uit van de beschikking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel