Aan en ten behoeve van personen die vanwege hun financiële positie in een situatie verkeren of dreigen te raken die de deelname aan de maatschappij belemmert, kan het college een bijdrage in de in artikel 4 genoemde kosten toekennen.
De aanvrager kan een bijdrage aanvragen ten behoeve van zichzelf of voor zijn/haar partner en zijn/haar kinderen.
Een bijdrage wordt alleen dan toegekend wanneer het gezinsinkomen van de aanvrager 3 maanden voorafgaande aan de aanvraag gelijk was of lager was dan 120% van de geldende bijstandsnorm zoals die op dat moment voor de aanvrager geldt of zou gelden.
Een bijdrage wordt alleen dan toegekend wanneer het vermogen van de aanvrager en (indien van toepassing) de partner 3 maanden voorafgaande aan de aanvraag niet hoger is dan is vastgesteld in artikel 34 van de Participatiewet.
Indien een aanvrager een bijdrage aanvraagt voor zichzelf en/of zijn/haar partner en/of kinderen, moet voor allen een bewijsstuk worden overgelegd waaruit redelijkerwijs blijkt dat de kosten voor activiteiten, vallend onder artikel 4 van deze verordening, zijn of worden gemaakt. Deze bewijsstukken zijn niet ouder dan 6 maanden.
Bij de aanvraag worden één of meer bewijsstukken, niet ouder dan 6 maanden, overgelegd, waaruit blijkt dat ten minste 50% van het maximaal toe te kennen bedrag is besteed of zal worden besteed.
Er wordt geen bijdrage verstrekt voor kosten waarvoor, al dan niet door de gemeente, reeds een andere tegemoetkoming wordt verstrekt (op basis van Samenwerkingsovereenkomst Jeugdfonds Sport & Cultuur en (Jeugd)Zwemfonds, en Stichting Leergeld).