**1..** De verantwoording en vaststelling van de subsidie voor peuteropvang en ve vindt plaats op basis van het werkelijke aantal gecontracteerde peuterplaatsen (daaronder wordt verstaan het aantal contracturen per werkelijk gecontracteerde peuterplaats regulier en ve), het werkelijk gehanteerde uurtarief, de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen en het aantal in het voorgaande kalenderjaar in het LRK geregistreerde ve-locaties op basis van een door de gemeente ontwikkeld registratieformulier en een inhoudelijke verantwoording zoals beschreven in artikel 8 lid 3 sub j.
**2..** De vaststelling en verantwoording van de aanvullende locatiegebonden subsidie voor ve-locaties vindt plaats op basis van de wettelijke eisen uit het ¨Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie¨ en de inhoudelijke verantwoording zoals beschreven in artikel 8 lid 3 sub j.
**3..** Indien bij vaststelling blijkt dat er sprake is van minder gecontracteerde ve- of reguliere peuterplaatsen dan wel minder gecertificeerde ve-locaties, dan wordt het te veel aan verleende subsidie teruggevorderd.
**4..** Indien de subsidiebedragen per aanbieder hoger uitvallen dan €50.000,- dan wordt er tevens een accountantsverklaring aangeleverd.
**5..** Het college ontvangt de verantwoording en aanvraag voor vaststelling uiterlijk tien weken na het aflopen van het jaar waarin de subsidie is verstrekt.
Artikel 6