Naar hoofdinhoud
1.. Voor een vervoersvoorziening van en naar een locatie waar de jeugdhulp wordt geboden komen jeugdigen in aanmerking die vanwege een beperking niet zelfstandig kunnen reizen met het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel. 2.. De volgende vervoersvoorzieningen zijn mogelijk van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, niet zijnde jeugdhulp die met een pgb wordt ingekocht: vergoeding van de kosten van openbaar vervoer voor de jeugdige en zijn begeleider of van de kosten voor vervoer per fiets voor de jeugdige en zijn begeleider volgens Reisregeling binnenland, indien de jeugdige niet zelfstandig maar wel met begeleiding kan reizen; vergoeding van de kosten op basis van eigen vervoer volgens de Reisregeling binnenland; aangepast vervoer voor de jeugdige die – ook met begeleiding – geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel; aangepast vervoer voor de jeugdige die niet zelfstandig – maar wel met begeleiding – kan reizen maar waarvan het begeleiden van de jeugdige door de ouders niet mogelijk is of een te grote belasting is voor het gezin. 3.. Geen vervoersvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s), tenzij de ouder of wettelijke vertegenwoordiger de jeugdige, die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening als bedoeld in het tweede lid, onder a begeleidt.

Rechtspraak bij dit artikel