Het college kan ten behoeve van de veiligheid tijdens het vervoer of het beperken van overlast voor de andere gebruikers van aangepast vervoer, gedragsregels opstellen waaraan de ouders, de leerling en jeugdige zich moeten houden. Indien de ouders, leerling of jeugdige zich verwijtbaar niet aan deze gedragsregels houden en de veiligheid van de leerling, jeugdige of anderen in het geding is of waardoor overlast wordt veroorzaakt voor anderen, kan het college het vervoer van de betreffende leerling of jeugdige (tijdelijk) stopzetten.
Hoofdstuk
Artikel 6