Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de te verlenen subsidies zoals bedoeld in artikel 4 en 5 wordt gebaseerd op: het aantal bezette peuterplaatsen regulier en/of VVE; het subsidiabele uurtarief dat door de gemeente is vastgesteld; de hoogte van de ontvangen ouderbijdrage; de vaste toeslag per bezette peuterplaats VVE. 2.. De hoogte van de te verstrekken subsidie zoals bedoeld in artikel 6 wordt gebaseerd op: het aantal doelgroepkleuters op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak; het subsidiabele tarief per doelgroepkleuter per jaar. 3.. Jaarlijks worden de aanbieders in november door de gemeente geïnformeerd over de te hanteren uurtarieven en de hoogte van de vaste toeslag voor het daaropvolgende kalenderjaar. 4.. De subsidie wordt uitgekeerd in de vorm van een voorschot. 5.. Bevoorschotting van subsidies zoals bedoeld in artikel 4 en 5 van een bedrag lager dan € 50.000 vindt in vier termijnen plaats na afloop van elk kwartaal, binnen een maand na indiening van het volledige en juist ingevulde kwartaalformulier. 6.. Bevoorschotting van subsidies zoals bedoeld in artikel 4 en 5 van € 50.000 of meer vindt in vier termijnen plaats aan het begin van elk kwartaal. Het voorschot in het eerste kwartaal bedraagt 25% van het verleende subsidiebedrag. Na afloop van elk kwartaal draagt de aanbieder zorg voor een volledig en juist ingevuld kwartaalformulier. Vanaf het tweede kwartaal kan het te bevoorschotten bedrag worden aangepast op basis van het over het voorgaande kwartaal ingediende kwartaalformulier.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel