**1..** Het college verstrekt een pgb indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.6 van de wet.
**2..** Bij de aanvraag om een pgb dient de cliënt of zijn (wettelijk) vertegenwoordiger een pgb-plan in.
**3..** In de nadere regels worden door het college criteria opgenomen die een uitwerking vormen van de voorwaarden zoals deze zijn gesteld in de wet.
**4..** Het college kent in ieder geval geen pgb toe als:
in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d, en e van de wet;
er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij voldaan is aan door het college te stellen nadere voorwaarden;
voor zover dit is bedoeld voor de betaling van tussenpersonen, bemiddelingskosten of belangenbehartigers;
voor zover dit is bedoeld voor ondersteunings- of administratiekosten in verband met administratieve- en regietaken die verband houden met de besteding van het pgb;
de kwaliteit van de ondersteuning onvoldoende is geborgd;
er opzettelijk foutieve informatie is geleverd door de cliënt, zijn (wettelijke) vertegenwoordiger of derde waar de cliënt vanuit het pgb zijn maatwerkvoorziening betrekt.
**5..** Het college weigert in ieder geval een pgb wanneer zij verwacht dat de budgethouder of zijn vertegenwoordiger niet kan voldoen aan de taken verbonden aan het pgb. Dat kan het geval zijn indien:
de aanvrager handelingsonbekwaam is;
de aanvrager geen inzicht in zijn functionele beperkingen heeft;
de aanvrager als gevolg van een verstandelijke handicap of ernstig psychische problemen onvoldoende inzicht heeft;
de aanvrager als gevolg van vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis onvoldoende inzicht heeft;
de aanvrager als gevolg van het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift onvoldoende inzicht heeft;
er sprake is van verslavingsproblematiek;
er eerder misbruik is gemaakt van het pgb;
er sprake is van aangetoonde fraude;
er een schuld is bij de zorgverlener waar de voorziening wordt/zal worden ingekocht;
het pgb-plan als onvoldoende wordt beoordeeld door het college of het of pgb-plan niet of onvolledig wordt ingeleverd;
de in te kopen zorg onder een andere wet dan de Wmo valt;
een wettelijke vertegenwoordiger niet expliciet instaat voor het uitvoeren van de taken die komen kijken bij een pgb;
de derde waar de cliënt zijn maatwerkvoorziening betrekken wil geregistreerd staat bij het informatie Knooppunt Zorgfraude of het waarschuwingsregister;
de vertegenwoordiger banden heeft met de in te zetten zorg.
Bovenstaande opsomming is niet limitatief.
Artikel 6.
Regels voor een pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Stede Broec 2020