Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 23.

Omgang met kabels en leidingen rond watergangen

Onderdeel van NADERE REGELS VERORDENING WERKZAAMHEDEN KABELS EN LEIDINGEN MIDDEN-GRONINGEN 2019

1. Indien leidingen door een watergang worden aangelegd dient dit te gebeuren door middel van een (boog)zinker of boring, waarbij een minimale dekking onder de vaste bodem dient te worden gerealiseerd van 1 meter. 2. Kabels en leidingen mogen niet worden bevestigd aan een brug of duiker. 3. Toestemming moet tevens worden verkregen van het waterschap.

Rechtspraak bij dit artikel