Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Afmetingen gedenkteken (Specifiek)

Onderdeel van NADERE REGELS BEHEERSVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN MIDDEN-GRONINGEN 2019

1. De afmetingen voor gedenktekens op eigen graven zijn: Type A: liggend gedenkteken (zerk) Lengte: 2.00 m Breedte: 1.00 m Dikte: 0.10 m, met een minimum van 0.03 m Helling: 1:40 Type B: staand gedenkteken (kopsteen) Hoogte: 1.50 m maximaal, met een minimum van 0.75 m Breedte: 0.80 m maximaal, met een minimum van 0.60 m Dikte: 0,35 m maximaal, met een minimum van 0.05 m Graftuin: Lengte: 2.00 m maximaal Breedte: 1.00 m maximaal Hoogte: 1.50 m maximaal Overige grafbedekking: Lengte: 2.00 m Breedte: 1.00 m Helling: 1:40 Kan bestaan uit plaat, dikte minimaal 0.03 m en maximaal 0.1 m, of een samenstel van banden met een opvulling in de vorm van een plaat, tegels, grind en marmerslag. 2. De afmetingen voor een gedenkteken op eigen urnengraven en algemene urnengraven: Lengte: 0.50 m Breedte: 0.50 m Dikte: minimaal 0.06 m en maximaal 0.1 m 3. Gedenktekens van het type A en B moeten aan één zijde over de totale lengte van het graf voorzien zijn van een losse tussenstrook van natuursteen. De breedte van deze strook kan per situatie verschillen en wordt door de medewerker gravenadministratie vastgesteld. 4. In afwijking van het bovenstaande mag op de Algemene begraafplaats ‘De algemene Noordooster’ te Meeden op de graven in vak E met de grafnummers 1 tot en met 18 en 90 tot en met 101 alleen een gedenkteken van type B worden geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel