Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Bijdrage in de kosten (Wmo)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2020

1.. Een cliënt is in het kader van de Wmo 2015 een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, als de aanbieder een bijdrage vraagt; voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb tenzij de specifieke voorziening is uitgezonderd. 2.. Voor bepaalde groepen personen kan op de bijdrage voor een algemene voorziening een korting gelden. 3. . De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 4.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 5.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hupmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom). 6.. De kostprijs van een pgb is gelijk aan de hoogte van het aan een cliënt uitgekeerde bedrag. 7.. In de financiële bijlage bij deze verordening wordt de omvang van de bijdrage in de kosten bepaald met inachtneming van het Uitvoeringsbesluit Wmo2015. 8. . Het college kan de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor opvang mandateren aan de aanbieder die de opvang verzorgt. 9.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo 2015 is de inwoner voor het reizen met de regiotaxi een ritbijdrage verschuldigd waarvan de hoogte is gebaseerd op de ritbijdrage die passagiers jonger dan 65 jaar moeten betalen bij deelname aan het regulier openbaar vervoer 10.. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vaststelling van de bijdrage in de kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel