**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
**2.1.** De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19 per maand voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de wet.
**2.2.** In afwijking van het in het eerste lid gestelde is de bijdrage voor woningaanpassingen maximaal 75% van de kostprijs.
**3..** In afwijking van het vorige lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen:
als de maatwerkvoorziening bestaat uit een rolstoel;
als het een maatwerkvoorziening betreft in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen;
als de maatwerkvoorziening een hulpmiddel is voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar;
als het de maatwerkvoorziening losse dagbesteding beschermd wonen of begeleiding individueel intensiteit waakvlam (lage frequentie van ondersteuning) of kortdurend verblijf betreft;
wanneer het een maatwerkvoorziening voor individueel vervoer of verhuiskosten betreft.
**4..** De kostprijs ten behoeve van de berekening van de eigen bijdrage door het CAK van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening, zoals bruikleen, huur of eigendom;
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb;
75% van de prijs die de gemeente betaalt voor de voorziening voor woonvoorzieningen.
**5..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
**6..** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
**7..** In afwijking van artikel 2.1.4.a., vierde lid, van de Wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor het collectief vraagafhankelijk vervoer voor het instaptarief en per zone € 0,81 voor Wmo-pashouders.
** 8. .** De in lid 7 genoemde bijdrage is uitgedrukt in het prijspeil van 2021 en wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de Landelijke Tariefindex (LTI).
Artikel 13.