Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

BIJDRAGE IN DE KOSTEN VAN MAATWERKVOORZIENINGEN OF PGB'S

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Oegstgeest 2020

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De eigen bijdrage wordt berekend conform hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en bedraagt maximaal de kostprijs van de maatwerkvoorziening. 3.. In afwijking van het vorige lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: als de maatwerkvoorziening bestaat uit een rolstoel; als het een maatwerkvoorziening betreft in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen; als de maatwerkvoorziening een hulpmiddel is voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar; als het de maatwerkvoorziening begeleiding individueel intensiteit waakvlam (lage frequentie van ondersteuning) of kortdurend verblijf betreft; wanneer het een maatwerkvoorziening voor individueel vervoer of verhuiskosten betreft. 4.. De kostprijs ten behoeve van de berekening van de eigen bijdrage door het CAK van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening, zoals bruikleen, huur of eigendom; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb 5.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 6.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 7.. In afwijking van artikel 2.1.4.a., vierde lid, van de Wet is de cliënt die in het bezit is van een Wmo-pas een eigen bijdrage verschuldigd in de vorm van een instaptarief en een tarief per kilometer. Het college maakt voor ingang van het kalenderjaar de hoogte van de bijdrage in een aparte regeling kenbaar. 8. . De in het zevende lid genoemde bijdrage wordt jaarlijks gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de Landelijke Tariefindex (LTI).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel