Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de wet op de Kansspelen;
Speelautomatenbesluit 2000: KB van 23 mei 2000, Stb. 224, houdende regels ter uitvoering van titel Va van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 20 januari 2014, Stb. 2014, 34;
college: college van burgemeester en wethouders;
speelautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30, aanhef en onder a van de wet;
behendigheidsautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30 aanhef en onder b van de wet;
kansspelautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30, aanhef en onder c van de wet;
speelautomatenhal: een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet;
ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;
beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;
openbare weg: alle voor het openbare rij- of wegverkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin liggende bruggen en duikers, de tot die wegen behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1