**1..** De vergunning wordt gesteld ten name van de ondernemer en is gedurende de looptijd van de vergunning overdraagbaar aan de partij die aan de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 3 van deze verordening kan voldoen.
**2..** In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.
**3..** Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:
De sluitingstijden van de speelautomatenhal;
Het toezicht in en om de speelautomatenhal;
Het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;
De exploitatie en inrichting van de hal;
De toegangscontrole en het toegangsbewijs;
De reclame;
Het Dekra-keur-certificaat van de speelautomatenhal/VAN-lidmaatschap ondernemer.
**4..** Indien een vergunning is verleend en tevens een omgevingsvergunning dient te worden verkregen mag van een exploitatievergunning op basis van deze verordening geen gebruik worden gemaakt totdat de omgevingsvergunning is verleend.
Hoofdstuk 2
Artikel 5