Inleiding
Dit hoofdstuk richt zich op de maatwerkvoorzieningen Wmo begeleiding en kortdurend verblijf in het kader van de Wmo. Begeleiding onder de Wmo is altijd gericht op het ondersteunen en verbeteren van zelfredzaamheid en participatie. De inzet van professionele begeleiding, geleverd door professionele aanbieders, moet zich richten op ontwikkeling of behoud (stabiliteit) van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, om op die manier het zelfstandig leven en het deelnemen aan maatschappelijke verkeer met zoveel mogelijk eigen regie mogelijk te maken. In bepaalde gevallen kan de ondersteuning zich ook richten op gecontroleerde achteruitgang. De inzet van de ondersteuning moet in alle gevallen leiden tot een op cliëntniveau meetbaar resultaat. Het beoogde resultaat van de begeleiding wordt tijdens het gesprek door de cliënt (en eventueel zijn netwerk) in samenspraak met het college beschreven. Om het beoogde resultaat te bepalen zijn vijf resultaatgebieden opgesteld, onderverdeeld in meerdere subdoelen:
Het vermogen om zelfstandig te leven met als subdoel(en):
Cliënt kan zelfstandig wonen
Cliënt kan randvoorwaarden regelen om zelfstandig te wonen
Cliënt kan voorzien in primaire levensbehoeften
Cliënt kan zelfstandig een huishouden voeren
Cliënt kan zijn financiële situatie op orde brengen
Cliënt kan zijn financiële situatie stabiel houden
Cliënt kan de administratie bijhouden
Cliënt kan iets kopen/betalen
Cliënt kan gezond leven en hier ook naar handelen
Cliënt heeft zicht op zijn lichamelijke/medische toestand en kan omgaan met zijn chronisch medische aandoening
Cliënt heeft controle over zijn lichamelijke/medische/psychische toestand
Cliënt kan zichzelf verzorgen
Deelnemen aan het maatschappelijke leven, met als subdoel(en):
Cliënt heeft een voor zichzelf gewenst/voldoende sociaal netwerk
Cliënt kan sociale contacten onderhouden
Cliënt kan zichtzelf verplaatsen/vervoeren
Cliënt kan sociale vaardigheden toepassen
Cliënt kan deelnemen aan georganiseerde activiteiten
Cliënt kan gesprekken voeren met instanties
Het hebben van dagstructuur
Cliënt heeft een regelmatige dagstructuur en ritme
Cliënt kan een weekplanning maken
Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding
Het voeren van regie (in combinatie met andere resultaten) met als subdoel(en):
Cliënt heeft en houdt eigen regie en autonomie
Cliënt herkent problemen en kan hierop reageren
Cliënt kan vaardigheden toepassen
Cliënt kan besluiten nemen en de gevolgen daarvan wegen
Cliënt kan initiatief nemen
Cliënt kan zich aan regels en afspraken houden
Het ontlasten van de mantelzorger
Mantelzorger is in staat mantelzorg vol te houden
Het voorkomen van klachten ten gevolge van overbelasting
Producten en grondslagen
De ondersteuning kan bestaan uit de volgende producten:
Begeleiding Individueel
Begeleiding Groep
Vervoer (van en naar de dagbesteding)
Kortdurend verblijf
De producten worden nader gespecificeerd op basis van grondslagen (met uitzondering van het product vervoer). De grondslagen zijn afgeleid van de definities die het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in 2022 hanteert. Er kunnen meerdere grondslagen van toepassing zijn op één cliënt, maar voor de toekenning van een product wordt de op dat moment meest dominante grondslag in relatie tot de benodigde ondersteuning gekozen. Er wordt gewerkt met de volgende grondslagen:
Somatische aandoening of beperking Lichamelijke handicap
Psychogeriatrische aandoening of beperking
Psychische stoornis
Verstandelijke handicap
Zintuigelijke handicap
Percelen
Wmo begeleiding en kortdurend verblijf zijn verdeeld in vijf percelen:
Perceel 1 Volwassenen met lichte/matige problematiek gericht op ontwikkeling
Perceel 2 Volwassenen met matige/zware problematiek gericht op ontwikkeling
Perceel 3 Volwassenen gericht op behoud
Perceel 4 Ouderen gericht op gecontroleerde achteruitgang
Perceel 5 Kortdurend verblijf
Eerdergenoemde producten (met uitzondering van kortdurend verblijf) kunnen voorkomen binnen elk perceel. Kortdurend verblijf is een apart perceel, waardoor het product kortdurend verblijf alleen in perceel 5 kan voorkomen. Eén cliënt kan niet tegelijkertijd ondersteuning vanuit meerdere percelen ontvangen, met uitzondering van perceel 5. Een cliënt kan wel bewegen van het ene naar het andere perceel.
Normenkader Begeleiding
De toegangsmedewerkers van de gemeenten stellen de indicatie vast. Het indiceren van begeleiding vraagt om een professionele afweging, op basis van veel elementen, met als doel ondersteuning op maat voor de cliënt. Het 'Normenkader Begeleiding’ dat is ontwikkeld door bureau HHM en Factum Advies helpt de toegangsmedewerker hierbij. De professionele afweging van de toegangsmedewerker wordt met behulp van het normenkader (nog meer) transparant afgewogen en eenduidig gemaakt. In de toewijzing wordt de aard, de omvang en de duur van de te bieden ondersteuning vastgelegd.
Het normenkader maakt onderdeel uit van deze beleidsregels en is te vinden in bijlage 2.
De product-, en perceelbeschrijvingen maken onderdeel uit van deze beleidsregels en zijn te vinden in bijlage 3.
Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is van toepassing indien er volwassen huisgenoten aanwezig zijn die in staat zijn de cliënt begeleiding te bieden bij het uitvoeren of aansturen van dagelijks terugkerende taken. Als de begeleiding noodzakelijk is voor maximaal drie maanden, dan moeten de huisgenoten alle noodzakelijke begeleiding bieden.
Indien de begeleiding langdurig noodzakelijk is, dan moet een huisgenoot in ieder geval de cliënt begeleiden bij de maatschappelijke participatie (vervoer naar dagbesteding of huiskamer) en bij het bezoeken van sociale contacten en (medische) afspraken.
Taken die de huisgenoten zouden moeten doen als de cliënt überhaupt niet in het huis zou wonen, vallen zeker onder de gebruikelijke hulp, bijvoorbeeld administratie en organiseren van een dagstructuur.
Voor zover huisgenoten in staat zijn tot het leveren van meer dan gebruikelijke hulp (zeker als ze dat gewend zijn om te doen) dan is deze niet-gebruikelijke hulp afdwingbaar en hoeft daarvoor geen maatwerkvoorziening te worden ingezet.
Er wordt onderzocht welk deel van de niet-gebruikelijke hulp geleverd kan worden door de huisgenoot. Enkel voor het deel van de niet-gebruikelijke hulp waar de huisgenoot niet toe in staat is, kan professionele hulp ingezet worden door middel van een maatwerkvoorziening.
De huisgenoot die niet in staat is tot het leveren van niet-gebruikelijke hulp, kan niet de zorg alsnog verlenen, betaald vanuit een persoonsgebonden budget.
Vorm van begeleiding
Begeleiding wordt geboden in groepsverband of individueel. Begeleiding groep is voorliggend op individuele begeleiding. Afhankelijk van de te behalen (sub)resultaten wordt bepaald of begeleiding groep passend is, of dat individuele begeleiding moet worden ingezet.
Afbakening
Afbakening Zorgverzekeringswet
Wanneer de noodzaak voor persoonlijke verzorging voortvloeit uit de behoefte aan begeleiding, dan is ook de persoonlijke verzorging een Wmo voorziening. Veelal betreft dit de situatie dat een cliënt fysiek wel in staat is om zichzelf te verzorgen, maar hier aansturing bij nodig heeft.
Indien er een medische noodzaak is voor persoonlijke verzorging (waarnaast ook enige vorm van begeleiding geboden moet worden), dan valt deze begeleiding ook onder de zorgverzekeringswet.
Behandeling valt onder de Zorgverzekeringswet of de Wlz. Begeleiding omvat het oefenen en inslijpen van de in de behandeling aangeleerde vaardigheden en gedrag door het (herhaald) toepassen in de praktijk. Grofweg geldt dat aanleren bij behandeling (Wlz of Zorgverzekeringswet) hoort en toepassen bij begeleiding (Wmo).
Afbakening Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia) en Participatiewet
Begeleiding bij het krijgen en behouden van werk valt onder de Participatiewet of de Wia. Als iemand met begeleiding in staat is om de werken of een opleiding te volgen, dan is dat voorliggend op begeleiding groep vanuit de Wmo.
Omvang begeleiding
De omvang van de indicatie wordt bepaald door de gemeente, aan de hand van het eigen onderzoek, de gestelde doelen en eventueel het door de zorgaanbieder opgestelde ondersteuningsplan. Bij een heronderzoek wordt onderzocht of de gestelde doelen behaald zijn. Indien het gewenste resultaat nog niet is bereikt wordt ook beoordeeld of de ingezette zorgverlener wel de juiste zorgverlener is om het resultaat te bereiken.
Sportvoorziening
Een sportvoorziening kan onder de Wmo in een individuele situatie wellicht noodzakelijk zijn voor iemand om te kunnen participeren als er geen of onvoldoende andere participatiemogelijkheden zijn. Dit moet dus onderzocht worden in de individuele situatie.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.2
HET VERMOGEN OM ZELFSTANDIG TE LEVEN, HET HEBBEN VAN EEN DAGSTRUCTUUR, DEELNAME AAN HET MAATSCHAPPELIJK VERKEER EN HET VOEREN VAN REGIE DAAROVER
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Echt-Susteren