Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 3.2

HET VERMOGEN OM ZELFSTANDIG TE LEVEN, HET HEBBEN VAN EEN DAGSTRUCTUUR, DEELNAME AAN HET MAATSCHAPPELIJK VERKEER EN HET VOEREN VAN REGIE DAAROVER

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Echt-Susteren

Inleiding Dit hoofdstuk richt zich op de maatwerkvoorzieningen Wmo begeleiding en kortdurend verblijf in het kader van de Wmo. Begeleiding onder de Wmo is altijd gericht op het ondersteunen en verbeteren van zelfredzaamheid en participatie. De inzet van professionele begeleiding, geleverd door professionele aanbieders, moet zich richten op ontwikkeling of behoud (stabiliteit) van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, om op die manier het zelfstandig leven en het deelnemen aan maatschappelijke verkeer met zoveel mogelijk eigen regie mogelijk te maken. In bepaalde gevallen kan de ondersteuning zich ook richten op gecontroleerde achteruitgang. De inzet van de ondersteuning moet in alle gevallen leiden tot een op cliëntniveau meetbaar resultaat. Het beoogde resultaat van de begeleiding wordt tijdens het gesprek door de cliënt (en eventueel zijn netwerk) in samenspraak met het college beschreven. Om het beoogde resultaat te bepalen zijn vijf resultaatgebieden opgesteld, onderverdeeld in meerdere subdoelen: Het vermogen om zelfstandig te leven met als subdoel(en): Cliënt kan zelfstandig wonen Cliënt kan randvoorwaarden regelen om zelfstandig te wonen Cliënt kan voorzien in primaire levensbehoeften Cliënt kan zelfstandig een huishouden voeren Cliënt kan zijn financiële situatie op orde brengen Cliënt kan zijn financiële situatie stabiel houden Cliënt kan de administratie bijhouden Cliënt kan iets kopen/betalen Cliënt kan gezond leven en hier ook naar handelen Cliënt heeft zicht op zijn lichamelijke/medische toestand en kan omgaan met zijn chronisch medische aandoening Cliënt heeft controle over zijn lichamelijke/medische/psychische toestand Cliënt kan zichzelf verzorgen Deelnemen aan het maatschappelijke leven, met als subdoel(en): Cliënt heeft een voor zichzelf gewenst/voldoende sociaal netwerk Cliënt kan sociale contacten onderhouden Cliënt kan zichtzelf verplaatsen/vervoeren Cliënt kan sociale vaardigheden toepassen Cliënt kan deelnemen aan georganiseerde activiteiten Cliënt kan gesprekken voeren met instanties Het hebben van dagstructuur Cliënt heeft een regelmatige dagstructuur en ritme Cliënt kan een weekplanning maken Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding Het voeren van regie (in combinatie met andere resultaten) met als subdoel(en): Cliënt heeft en houdt eigen regie en autonomie Cliënt herkent problemen en kan hierop reageren Cliënt kan vaardigheden toepassen Cliënt kan besluiten nemen en de gevolgen daarvan wegen Cliënt kan initiatief nemen Cliënt kan zich aan regels en afspraken houden Het ontlasten van de mantelzorger Mantelzorger is in staat mantelzorg vol te houden Het voorkomen van klachten ten gevolge van overbelasting Producten en grondslagen De ondersteuning kan bestaan uit de volgende producten: Begeleiding Individueel Begeleiding Groep Vervoer (van en naar de dagbesteding) Kortdurend verblijf De producten worden nader gespecificeerd op basis van grondslagen (met uitzondering van het product vervoer). De grondslagen zijn afgeleid van de definities die het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in 2022 hanteert. Er kunnen meerdere grondslagen van toepassing zijn op één cliënt, maar voor de toekenning van een product wordt de op dat moment meest dominante grondslag in relatie tot de benodigde ondersteuning gekozen. Er wordt gewerkt met de volgende grondslagen: Somatische aandoening of beperking Lichamelijke handicap Psychogeriatrische aandoening of beperking Psychische stoornis Verstandelijke handicap Zintuigelijke handicap Percelen Wmo begeleiding en kortdurend verblijf zijn verdeeld in vijf percelen: Perceel 1 Volwassenen met lichte/matige problematiek gericht op ontwikkeling Perceel 2 Volwassenen met matige/zware problematiek gericht op ontwikkeling Perceel 3 Volwassenen gericht op behoud Perceel 4 Ouderen gericht op gecontroleerde achteruitgang Perceel 5 Kortdurend verblijf Eerdergenoemde producten (met uitzondering van kortdurend verblijf) kunnen voorkomen binnen elk perceel. Kortdurend verblijf is een apart perceel, waardoor het product kortdurend verblijf alleen in perceel 5 kan voorkomen. Eén cliënt kan niet tegelijkertijd ondersteuning vanuit meerdere percelen ontvangen, met uitzondering van perceel 5. Een cliënt kan wel bewegen van het ene naar het andere perceel. Normenkader Begeleiding De toegangsmedewerkers van de gemeenten stellen de indicatie vast. Het indiceren van begeleiding vraagt om een professionele afweging, op basis van veel elementen, met als doel ondersteuning op maat voor de cliënt. Het 'Normenkader Begeleiding’ dat is ontwikkeld door bureau HHM en Factum Advies helpt de toegangsmedewerker hierbij. De professionele afweging van de toegangsmedewerker wordt met behulp van het normenkader (nog meer) transparant afgewogen en eenduidig gemaakt. In de toewijzing wordt de aard, de omvang en de duur van de te bieden ondersteuning vastgelegd. Het normenkader maakt onderdeel uit van deze beleidsregels en is te vinden in bijlage 2. De product-, en perceelbeschrijvingen maken onderdeel uit van deze beleidsregels en zijn te vinden in bijlage 3. Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is van toepassing indien er volwassen huisgenoten aanwezig zijn die in staat zijn de cliënt begeleiding te bieden bij het uitvoeren of aansturen van dagelijks terugkerende taken. Als de begeleiding noodzakelijk is voor maximaal drie maanden, dan moeten de huisgenoten alle noodzakelijke begeleiding bieden. Indien de begeleiding langdurig noodzakelijk is, dan moet een huisgenoot in ieder geval de cliënt begeleiden bij de maatschappelijke participatie (vervoer naar dagbesteding of huiskamer) en bij het bezoeken van sociale contacten en (medische) afspraken. Taken die de huisgenoten zouden moeten doen als de cliënt überhaupt niet in het huis zou wonen, vallen zeker onder de gebruikelijke hulp, bijvoorbeeld administratie en organiseren van een dagstructuur. Voor zover huisgenoten in staat zijn tot het leveren van meer dan gebruikelijke hulp (zeker als ze dat gewend zijn om te doen) dan is deze niet-gebruikelijke hulp afdwingbaar en hoeft daarvoor geen maatwerkvoorziening te worden ingezet. Er wordt onderzocht welk deel van de niet-gebruikelijke hulp geleverd kan worden door de huisgenoot. Enkel voor het deel van de niet-gebruikelijke hulp waar de huisgenoot niet toe in staat is, kan professionele hulp ingezet worden door middel van een maatwerkvoorziening. De huisgenoot die niet in staat is tot het leveren van niet-gebruikelijke hulp, kan niet de zorg alsnog verlenen, betaald vanuit een persoonsgebonden budget. Vorm van begeleiding Begeleiding wordt geboden in groepsverband of individueel. Begeleiding groep is voorliggend op individuele begeleiding. Afhankelijk van de te behalen (sub)resultaten wordt bepaald of begeleiding groep passend is, of dat individuele begeleiding moet worden ingezet. Afbakening Afbakening Zorgverzekeringswet Wanneer de noodzaak voor persoonlijke verzorging voortvloeit uit de behoefte aan begeleiding, dan is ook de persoonlijke verzorging een Wmo voorziening. Veelal betreft dit de situatie dat een cliënt fysiek wel in staat is om zichzelf te verzorgen, maar hier aansturing bij nodig heeft. Indien er een medische noodzaak is voor persoonlijke verzorging (waarnaast ook enige vorm van begeleiding geboden moet worden), dan valt deze begeleiding ook onder de zorgverzekeringswet. Behandeling valt onder de Zorgverzekeringswet of de Wlz. Begeleiding omvat het oefenen en inslijpen van de in de behandeling aangeleerde vaardigheden en gedrag door het (herhaald) toepassen in de praktijk. Grofweg geldt dat aanleren bij behandeling (Wlz of Zorgverzekeringswet) hoort en toepassen bij begeleiding (Wmo). Afbakening Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia) en Participatiewet Begeleiding bij het krijgen en behouden van werk valt onder de Participatiewet of de Wia. Als iemand met begeleiding in staat is om de werken of een opleiding te volgen, dan is dat voorliggend op begeleiding groep vanuit de Wmo. Omvang begeleiding De omvang van de indicatie wordt bepaald door de gemeente, aan de hand van het eigen onderzoek, de gestelde doelen en eventueel het door de zorgaanbieder opgestelde ondersteuningsplan. Bij een heronderzoek wordt onderzocht of de gestelde doelen behaald zijn. Indien het gewenste resultaat nog niet is bereikt wordt ook beoordeeld of de ingezette zorgverlener wel de juiste zorgverlener is om het resultaat te bereiken. Sportvoorziening Een sportvoorziening kan onder de Wmo in een individuele situatie wellicht noodzakelijk zijn voor iemand om te kunnen participeren als er geen of onvoldoende andere participatiemogelijkheden zijn. Dit moet dus onderzocht worden in de individuele situatie.

Rechtspraak bij dit artikel