Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Procedure maatwerkvoorziening HO – zorg in natura

Onderdeel van Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning 2020

1.. Voor de maatwerkvoorziening HO geldt, aanvullend op de algemene procedurele bepalingen zoals neergelegd in hoofdstuk 2 in de verordening, het navolgende: uitgangspunt is dat na een melding door een cliënt een huisbezoek plaatsvindt; van het huisbezoek dan wel een andersoortig contact ter beoordeling van de situatie van de cliënt in combinatie met overige relevante constateringen tijdens het vooronderzoek, maakt het college een verslag op. Zie hiertoe ook artikel 2.6 van de verordening; na een aanvraag en het voornemen van het college tot toekenning van de maatwerkvoorziening HO, wordt een opdracht tot opmaak van een ondersteuningsplan naar de aanbieder (naar keuze cliënt) gestuurd. Het college vermeldt in de opdracht, indien nodig, specifieke c.q. relevante aspecten ten behoeve van de opmaak van het ondersteuningsplan: de (on) mogelijkheden van de cliënt en zijn netwerk tot het verrichten van bepaalde huishoudelijke taken; de eventuele aanwezigheid van een voor HO relevante algemene voorziening; eventuele aanwijzingen over de frequentie van uit te voeren taken alsook andere specifieke aangelegenheden; eventuele noodzaak tot vakantievervanging. De aanbieder maakt, met inachtneming van de aanwijzingen van het college in de opdracht, met de cliënt samen het ondersteuningsplan op, waarin de huishoudelijke activiteiten en de frequentie hiervan worden afgestemd op de woon- en leefsituatie van de cliënt. Het ondersteuningsplan dient, ten blijke van akkoord, door zowel de aanbieder als de cliënt ondertekend te worden waarna de aanbieder het ondersteuningsplan naar het college stuurt. Indien de aanbieder en cliënt niet tot overeenstemming komen over het ondersteuningsplan neemt de aanbieder contact op met het college. Het college intervenieert vervolgens in het proces tot opmaak ondersteuningsplan. het college toetst of het ondersteuningsplan voldoet aan wet- en regelgeving, in overeenstemming is met hetgeen de cliënt nodig heeft en voldoende concreet is; Indien het college niet akkoord is met het ondersteuningsplan, neemt het college daartoe contact op met de aanbieder en eventueel de cliënt. Indien nodig wordt een nieuw ondersteuningsplan opgemaakt conform de aanwijzingen van het college; na akkoord wordt het ondersteuningsplan ondertekend door het college en als bijlage aan de toekenningsbeschikking toegevoegd. Zo wordt het ondersteuningsplan expliciet onderdeel van het besluit. 2.. In verband met wijzigingen van omstandigheden na een eerdere toekenning en een melding van de cliënt hierover volgt het college de procedure zoals gesteld in lid 1 opnieuw. 3.. Bij beperkte wijzigingen van de ondersteuning kan het college met instemming van de klant volstaan met een loutere aanpassing van het ondersteuningsplan via een seperaat mutatieformulier zonder het doorlopen van de procedure zoals genoemd in lid 1. 4.. Het besluit tot toekenning HO in de vorm van zorg in natura, behelst het recht op een schoon en leefbaar huis en het kunnen beschikken over schone en draagbare kleding, waarbij de omvang van de ondersteuning wordt uitgedrukt in activiteiten en frequentie zoals benoemd in het ondersteuningsplan. Bij toepassing van artikel 2.1 lid 2 wordt de omvang ook in tijd uitgedrukt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel