Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Bevoegdheid

Onderdeel van Geschillenregeling personele zaken

1.. De geschillencommissie, verder te noemen: ‘de commissie’, is ingesteld om bij een geschil tussen de werknemer en de werkgever te bemiddelen en – als die bemiddeling geen resultaat geeft – een oplossing voor het geschil te geven, in de vorm van een zwaarwegend advies. 2.. De commissie behandelt geschillen die betrekking hebben op de volgende onderwerpen: de toepassing van een functiewaarderingssysteem; de uitvoering van een Van werk naar werk-traject; de toepassing van een sociaal plan of een sociaal statuut. 3.. De procedure bij de commissie staat niet open voor geschillen van werknemers die zijn gericht tegen beslissingen van de werkgever, die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift of afspraken die door of namens de werkgever zijn gemaakt met de vakbonden, voor zover het bezwaar zich richt tegen de inhoud daarvan. Een geschil dat betrekking heeft op de individuele toepassing van een dergelijke afspraak of voorschrift, kan wél aan de commissie worden voorgelegd. 4.. De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een geschil als daarbij hun onpartijdigheid in het geding is. Zij laten zich zo nodig tijdig vervangen. 5.. De commissie bezit geen rechtspersoonlijkheid.

Rechtspraak bij dit artikel