Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Mondelinge behandeling

Onderdeel van Geschillenregeling personele zaken

1.. Binnen 4 weken na de schriftelijke voorbereiding stelt de voorzitter plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling vast en nodigt de werkgever en de werknemer minimaal 2 weken voor de zitting schriftelijk uit. 2.. Binnen 3 werkdagen na de uitnodiging kunnen de werkgever en de werknemer onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de mondelinge behandeling te wijzigen. De beslissing op dit verzoek wordt uiterlijk 1 week voor het tijdstip van de mondelinge behandeling aan de werkgever en de werknemer meegedeeld. 3.. Werkgever en werknemer kunnen tot 10 dagen voor de mondelinge behandeling stukken indienen. Het secretariaat zendt kopieën van de stukken aan de commissieleden en de andere partij. 4.. De commissie kan tijdens de mondelinge behandeling ook anderen horen, als zij dat nodig vindt. Ook de werkgever en de werknemer kunnen getuigen of deskundigen voordragen om tijdens de mondelinge behandeling te worden gehoord. Een verzoek daartoe moet uiterlijk 2 weken voor de mondelinge behandeling bij het secretariaat worden ingediend. De commissie neemt hierover een besluit. Het secretariaat informeert de werkgever en de werknemer als getuigen of deskundigen worden gehoord. 5.. De mondelinge behandeling is niet openbaar, tenzij de commissie anders bepaalt en de werknemer en de werkgever daar geen bezwaar tegen hebben. 6.. Tijdens de mondelinge behandeling probeert de commissie een minnelijke schikking tussen de werkgever en de werknemer te bereiken. De commissie kan daartoe de behandeling aanhouden en partijen een termijn voor beraad geven. 7.. Van de mondelinge behandeling wordt een verslag gemaakt. Dit verslag vermeldt de namen van de aanwezigen met een melding van hun hoedanigheid. Het houdt een zakelijke uiteenzetting in van hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Rechtspraak bij dit artikel