Het college kan de cliënt in aanmerking brengen voor beschermd wonen indien de cliënt:
is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; en
24-uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) begeleiding, dagactiviteit al dan niet gecombineerd met respijtverblijf in een instelling niet als passende bijdrage kunnen worden aangemerkt; en
deze (mede) gericht is op het in staat stellen van de cliënt om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
De indicatie voor beschermd wonen is gesteld in de vorm van een zorgarrangement.
De beschermende woonomgeving gaat gepaard met noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling waar het toezicht en de aangewezen ondersteuning wordt geboden.
Het college stelt nadere regels in het geval de cliënt een PGB wenst te besteden bij een niet door het college van centrumgemeente Amersfoort gecontracteerde aanbieder voor beschermd wonen. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de eisen die gelden voor de accommodatie waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben voor wat betreft:
het aantal bewoners; en
de inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP); en
de eisen die gelden voor de accommodatie.
Mogelijkheden tot het kiezen voor een PGB
Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een door het college te verstrekken PGB, dient de cliënt daartoe een gemotiveerde aanvraag en zorg- en budgetplan/ uitvoeringsplan PGB door gebruik te maken van het verplicht gestelde Format uitvoeringsplan Wmo, zoals opgenomen in de bijlage.
Een PGB is alleen mogelijk als:
De ondersteuning die de cliënt met het PGB wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat;
De cliënt naar het oordeel van het college in staat is de aan het PGB verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren of hij daarvoor iemand heeft gemachtigd en die persoon niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het PGB wordt ingekocht, tenzij dit, gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het PGB is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden.
De budgethouder gebruik maakt van de op zijn situatie van toepassing zijnde modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank.
Indien sprake is van een kleinschalige woonvorm (de accommodatie) die bestaat uit minimaal 3 en maximaal 26 bewoners en waarbij aan de volgende cumulatieve eisen wordt voldaan:
de cliënten staan bij de gemeente ingeschreven op één adres, op aaneengesloten adressen of adressen die dichtbij elkaar liggen (binnen een straal van 100 meter) waar het beschermd wonen wordt geboden;
de bewoners hebben in de accommodatie een gemeenschappelijke ruimte voor gezamenlijke activiteiten.
Verblijf bij ouders of wettelijke vertegenwoordigers valt niet onder een kleinschalige woonvorm.
Het college toetst de geschiktheid van cliënt of zijn sociale netwerk om de taken die aan een PGB zijn verbonden op verantwoorde wijze uit te voeren onder meer aan de hand van de uitslag van een volledig doorlopen “Per Saldo PGB-zelftest”;
Een PGB is niet mogelijk:
Als er sprake is van de voorwaarden en/of weigeringsgronden van artikel 2.3.6 van de wet;
Als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
Voorzover deze is bedoeld voor begeleidings- of administratiekosten in verband met het PGB.
Voorzover de eigenaar en/of medewerkers van de professionele ondersteuningsorganisatie, de zelfstandige hulpverlener of hulpverlener/zorgverlener die een arbeidsovereenkomst heeft met de hulpvrager, eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant van de degene aan wie ze de ondersteuning of hulpverlening bieden zijn;
Indien en zolang een risico bestaat dat beslag kan worden gelegd op het PGB.
Besteden persoonsgebonden budget beschermd wonen buiten gemeente
De budgethouder kan het PGB voor ten hoogste dertien weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van ondersteuning te verlenen tijdens verblijf buiten de gemeente .
De budgethouder kan het PGB voor ten hoogste zes weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van ondersteuning te verlenen tijdens verblijf buiten Nederland.
Het college kan op aanvraag de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn verlengen.
Op de besteding buiten de gemeente zijn alle verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit het PGB van toepassing.
Artikel 3.1
Algemeen
Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest houdende nadere regels omtrent beschermd wonen